Gentlemen Frits
Jan Simons
Jan Simons
Na een dienstverband van 8 jaar als inspecteur vennootschapsbelasting bij de Belastingdienst trad Frits in 1990 in dienst bij de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs. Zijn keuze zal zeker niet bepaald zijn door de kwaliteit van de huisvesting van het NOB kantoor. Dat was indertijd ondergebracht in de portierswoning van een flatgebouw in Amstelveen. Nee, zijn keuze werd vooral bepaald door de wijzigende positie van belastinginspecteur. Aanvankelijk een persoon met autonome beslissingsbevoegdheid, geleidelijk veranderend in een functionaris ingekaderd in een veelheid van maatregelen gericht op uniforme wetstoepassing. Autonome beslissingsbevoegdheid paste daar niet langer bij. De persoon Frits Sobels, met zijn welbespraaktheid, doorkneed met humor, duidelijke visie en doorzettingsvermogen paste niet langer in het Belastingdienst huis. Bij hem paste het model van de belastinginspecteur die in nauw overleg met de belastingplichtige tot een rechtvaardige uitkomst wist te komen. Het is niet moeilijk je een voorstelling te maken van een gesprek waarbij gentlemen Frits met zijn sonore stemgeluid perfect neerlegde wat wel en wat ook zeker niet kon. Ik kom daar nog op terug.

Ongeveer tegelijkertijd als Frits meldde ik mij als nieuwe voorzitter van de NOB in Amstelveen. De vereniging werd toentertijd wel omschreven als niet meer dan een ledenlijst in een bureaula van de voorzitter. Natuurlijk waren er initiatieven tot het versterken van de verenigingskracht, zoals het kwalitatief op hoog niveau brengen van de inhoud van de Stichting Opleiding Belastingadviseurs. Met het aanstellen van Frits als directeur van deze Stichting werd dienaangaande een gouden keuze gemaakt. Hij zorgde voor een prima programma invulling, kreeg het voor elkaar om top- docenten aan te stellen en bouwde een organisatorische omgeving die de kwaliteitseis sterk ondersteunde. Na een langdurige discussie stemden de kantoren in met de gekozen lijn betreffende de opleiding en was een belangrijke pijler voor de verdere uitbouw van de NOB gelegd. Niet onbelangrijk daarbij was Frits’ slimme introductie van het evaluatieformulier voor deelnemers aan de cursussen. Opmerkingen uit de kantoren dat de opleiding niet aan de maat zou zijn, konden aan de hand van deze formulieren doeltreffend worden tegengesproken.
Vier jaar hebben Frits en ik intensief samengewerkt. Dat leidde tot een bijzondere onderlinge band. Passend daarbinnen was dat hij mij voor een belangrijke CFE vergadering in contact bracht met een persoon die adviezen gaf op het gebied van presentatie-techniek. Aangezien ik niet al te groot ben, was het advies : ga op een kussen zitten. Daar ik mijzelf niet de vergaderzaal zag inlopen met een kussen onder mijn arm, hebben we samen geconcludeerd dat dit advies niet zou worden opgevolgd.
Later verhuisde de NOB van Amstelveen naar het Byzantium gebouw in Amsterdam. Hartje Centrum. Dat maakte het mogelijk om na werktijd samen een biertje te drinken. Uit de ruime keus selecteerde Frits een cafeetje, gelegen net achter het Spui ofwel achter het Lieverdje. Wat bleek direct bij binnenkomst : de uitbater kende Frits nog uit een overleg dat hij met belastinginspecteur Frits had gevoerd. De onderlinge verhoudingen waren zichtbaar nog steeds goed. Klaarblijkelijk stelde de uitkomst van het vroegere overleg zowel de uitbater als Frits nog steeds tevreden. Overigens had Frits bij de café keuze nadrukkelijk ook aan mij als geboren en getogen Limburger gedacht. Het café schonk Brand’s Bier. Dan voel je je als bezoeker uit het verre zuiden direct thuis in de grote stad. Ook daarvoor geldt : bedankt Frits.
De vele verhalen van Frits zal ik blijven herinneren, maar de mooiste herinnering betreft de gentlemen, Frits zelf.
Jan Simons (Voorzitter NOB 1990 tot 1994)