Voor het jaarverslag spraken we met Redmar Wolf, bestuurslid van de NOB met de SOB in portefeuille. In dit interview vertelt hij over zijn achtergrond, loopbaan en de keuzes die hem hebben gebracht waar hij nu staat. Ook gaat hij in op zijn eerste jaar als voorzitter en de ontwikkelingen die volgens hem van invloed zijn op de Beroepsopleiding Belastingadviseurs.
Welke elementen uit je achtergrond hebben je gevormd?
De vraag welke elementen uit je verleden je hebben gevormd, vind ik lastig. Als je terugkijkt, kom je toch uit bij je jeugd en het gezin waarin je bent opgegroeid. Bij mij stond leren altijd centraal. Ik vond studeren leuker dan buitensporten, en ik had het geluk dat het me goed afging. Daardoor liep school eigenlijk vanzelf. De lagere school was leuk, de middelbare school ook. Ik deed gymnasium en dat beviel goed. Dat heeft me zeker gevormd. Later ben ik sportiever geworden, maar ik was vooral een boekenjongetje — dat vond ik echt leuk.
Vanaf mijn zestiende ben ik gaan hardlopen, en dat doe ik nog steeds. Gaandeweg ontdekte ik dat je niet alleen achter de boeken moet zitten, maar ook je lichaam moet onderhouden. Hardlopen is ideaal: je trekt je schoenen aan en gaat. Fietsen doe ik ook graag. Ik probeer overal met de fiets te komen. Autorijden vind ik niks; ik ben van de trein en de OV-fiets.
Hoe zag je studie en loopbaan eruit?
Mijn studie en loopbaan zijn vooral door toevalligheden bepaald. Ik had geen plan. Achteraf had ik misschien geneeskunde gekozen, maar ik ging Nederlands recht studeren in Utrecht. In die tijd moest je nog in dienst; ik had een studietijd van zes jaar en was afgestudeerd met nog twee jaar over.
Ik wilde nog iets studeren in Amsterdam. Het enige wat daar kon en niet in Utrecht was fiscaal recht. Ik had geen idee wat het inhield, maar zo rolde ik erin aan de UvA in de Oudemanhuispoort. Dat was ontzettend leuk, met veel mondelinge tentamens.
Voor mijn diensttijd had ik nog een zomer over en ging ik op zoek naar een stage. In het telefoonboek zag ik Caron & Stevens (wat nu Baker McKenzie is), in het Hirschgebouw aan het Leidseplein. Daar solliciteerde ik als student‑stagiair. Het was een geweldige tijd. Toen ik wegging, zeiden ze dat ik na mijn diensttijd mocht terugkomen. Zo ben ik daar begonnen. Achteraf misschien vreemd, maar het gebouw speelde echt een rol. Ik vond het prachtig en dacht: daar moet ik solliciteren. Zo is het begonnen.
Drie jaar geleden maakte ik de overstap van Baker McKenzie naar Forvis Mazars, waar ik werkzaam ben als Partner Indirect Tax. Naast mijn werk in de praktijk vervul ik een aantal nevenfuncties: zo ben ik hoogleraar Algemeen Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, een positie waarvoor ik per 1 juli 2018 werd benoemd. Daarvoor was ik enige jaren bijzonder hoogleraar indirecte belastingen aan de Vrije Universiteit. Daarnaast ben ik sinds 2016 raadsheer‑plaatsvervanger bij het Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden, waar ik mijn expertise op het gebied van indirecte belastingen eveneens inzet.
Wat heeft je bewogen om voorzitter van de SOB te worden en zitting te nemen in het algemeen bestuur van de NOB?
Ik vind dat je naast je beroep ook iets terug zou moeten doen dat maatschappelijk relevant is. Ik ben bijna acht jaar voorzitter geweest van een grote wijkvereniging in Den Haag. Dat was inspirerend: je werkt met vrijwilligers en je komt buiten je comfortzone.
Toen die periode afliep, zat ik tijdens een diner naast Stan Stevens, mijn voorganger bij de SOB. We spraken enthousiast over vrijwilligerswerk. Ik zei dat ik net was gestopt en wel zou zien wat er op mijn pad kwam. Achteraf bleek dat diner bijna een open sollicitatiegesprek, want niet lang daarna kreeg ik het verzoek deze functie te overwegen. Dat voelde als een eer en heel vanzelfsprekend.
Ik vind dat je naast je beroep ook iets terug zou moeten doen dat maatschappelijk relevant is
Hoe zie je je rol als voorzitter?
Ik voel de verantwoordelijkheid om de organisatie tijdens mijn bestuursperiode goed door te loodsen. Het gaat goed, en dat moet zo blijven. Externe ontwikkelingen, zoals artificial intelligence, spelen een steeds grotere rol. In het universitaire onderwijs merk je het al, bijvoorbeeld bij scripties. Het vak verandert inhoudelijk, dus de opleiding moet mee. We moeten vanuit de universiteit voeling houden met het gebruik van AI. Nu valt het nog mee, maar het is een maatschappelijk relevante ontwikkeling. Het vak verandert en dat werkt overal door. Dat voelt als een grote verantwoordelijkheid.
Ook voor onze beroepsopleiding hebben we hier mee te maken. We kijken kritisch of de voorbereidingsopdrachten nog het doel dienen. Een goed voorbereide cursist draagt bij aan de kwaliteit van een cursus, maar dat doel bereik je niet als de opdracht volledig door AI is gemaakt zonder kritisch denkproces.
Je bent nu bijna een jaar voorzitter van de SOB. Wat heeft je het meest verrast en wat was een hoogtepunt?
Dat klinkt misschien als een verkooppraatje, maar het warme bad en de ongelooflijk professionele organisatie hebben me het meest verrast. Bij de SOB en NOB staat een enthousiaste club die alles tot in de puntjes regelt. Daardoor kun je je richten op de hoofdlijnen.
Een hoogtepunt voor mij was de ceremonie voor cursisten die de beroepsopleiding hebben afgerond. Ik vond het een prachtig moment om zo’n opleiding te markeren. De mooie locatie, de organisatie, de certificaten: alles was perfect geregeld. Het was volledig verdiend voor de kandidaten. Ik denk dat veel van hen het moment dat ze dit certificaat ontvingen nog lang zullen koesteren.
Een ander positief punt dat ik wil benadrukken is de saamhorigheid binnen de NOB en de SOB. Je werkt met vrijwilligers aan een gezamenlijk doel en er is meteen een klik. Ik was wel lid van de NOB, maar nu ben ik echt ondergedompeld. De betrokkenheid en inzet van zoveel vakgenoten vind ik inspirerend. Het is mooi om deel uit te maken van zo’n team.
Die verbinding is voor mij belangrijk. Dat past bij mijn karakter: ik zoek bij voorkeur naar verbinding en harmonie. Dat gevoel van verbondenheid bij SOB en NOB wil ik graag uitdragen naar alle leden en kandidaat‑leden.