Veelgestelde vragen

  • Wat is tuchtrecht?

    NOB-leden zijn onderworpen aan een onafhankelijke tuchtrechtspraak. Die treedt in werking als cliënten (of anderen met een belang) ontevreden zijn over de dienstverlening door een van de NOB-leden en een klacht indienen bij de Raad van Tucht. De tuchtrechtspraak is geregeld in het  Reglement Tuchtzaken en in de Statuten NOB.

  • Wat zijn de Raad van Tucht en de Raad van Beroep?

    Klachten over de beroepsuitoefening van NOB-leden worden in eerste instantie beoordeeld door de Raad van Tucht. Daarvan zijn de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter en ook de griffier en de plaatsvervangend griffier geen lid van de vereniging. De voorzitters en plaatsvervangend voorzitters hebben een functie in de Nederlandse rechterlijke macht – of hebben die gehad. Voor elke zaak wordt een kamer samengesteld, bestaande uit de voorzitter en twee NOB-leden. Ze worden bijgestaan door de griffier.

     

    Wie niet tevreden is over een uitspraak van de Raad van Tucht kan in beroep gaan bij de Raad van Beroep. Die bestaat uit NOB-leden en niet-leden. Ook hier geldt dat de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter en de griffier en plaatsvervangend griffier geen lid van de NOB zijn. Ze oefenen een functie uit als rechter of griffier in de Nederlandse rechterlijke macht of hebben die uitgeoefend.

  • Wie kan een klacht indienen tegen wie?

    Tegen leden van de NOB kan een klacht worden ingediend als zij handelen in strijd met de eer en waardigheid van het beroep. Na afloop van hun lidmaatschap blijven NOB-leden gebonden aan het Reglement Tuchtzaken voor handelingen en gebeurtenissen die tijdens dat lidmaatschap hebben plaatsgevonden. Het is mogelijk een NOB-lid – bijvoorbeeld in zijn kwaliteit van vennoot – aansprakelijk te stellen voor de werkzaamheden van zijn medewerkers die geen lid van de NOB zijn. Tegen een kantoor als zodanig kan geen klacht worden ingediend.

     

    Klachten kunnen worden ingediend door (oud-)cliënten van een NOB-lid, andere personen (mits het hun belang betreft), NOB-leden, het bestuur van de NOB en de Directeur-Generaal van de Belastingdienst. De klacht mag niet onredelijk lang na de gebeurtenis(sen) waarop hij betrekking heeft worden ingediend. De NOB brengt geen kosten in rekening aan klagers die geen lid van de NOB zijn.

     

    Bij het indienen en de behandeling van een klacht kan men zich laten bijstaan door een raadsman (bijvoorbeeld een advocaat), maar het is ook toegestaan om de procedure zelf te voeren. De Raad van Tucht en de Raad van Beroep hebben de bevoegdheid iemand die geen advocaat is als raadsman te weigeren. De kosten van een raadsman zijn uiteraard voor eigen rekening.

  • Hoe kan een klacht worden ingediend?

    Een klacht kan schriftelijk worden ingediend (in zesvoud) bij de Raad van Tucht van de NOB, Postbus 2977, 1000 CZ Amsterdam. Een klacht moet altijd de volgende onderdelen bevatten:

    • de naam van het NOB-lid tegen wie de klacht is gericht;
    • over welke handelingen wordt geklaagd;
    • op welke relevante feiten en omstandigheden de klacht berust
    • (eventueel) kopieën van relevante stukken (ook in zesvoud).

     

    De Raad van Tucht stelt de aangeklaagde in de gelegenheid schriftelijk verweer te voeren. Vaak volgt nog een tweede schriftelijke ronde (conclusies van repliek en dupliek). Vervolgens stelt de voorzitter van de Raad van Tucht een kamer samen die de klacht zal behandelen. Doorgaans nodigt de kamer partijen uit voor een mondelinge zitting.

     

    In de procedure moeten partijen zelf de feiten aandragen die voor hun standpunt pleiten. Wanneer partijen het over sommige feiten niet eens zijn zal de Raad in zijn uitspraak beslissen welk standpunt hij het meest aannemelijk acht. De Raad van Tucht vergaart zelf geen feitenmateriaal. Wel worden soms in het verloop van een procedure de beide standpunten duidelijker dan voorheen. Blijft (grote) twijfel over betwiste feitelijkheden, dan zal de klacht als regel niet gegrond worden verklaard.

  • Waarover kan worden geklaagd?

    De NOB hanteert duidelijke regels rond de beroepsuitoefening van haar leden. Deze staan beschreven in het Reglement Beroepsuitoefening - Code of Conduct NOB. Een lid is onder meer gehouden zijn werkzaamheden op een eerlijke, zorgvuldige en behoorlijke wijze te verrichten, zich te houden aan wet- en regelgeving en zich verder te onthouden van al wat overigens in strijd is met de eer en waardigheid van het beroep. NOB-leden zijn onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van handelen of nalaten in strijd met deze normen.  Klachtwaardig zijn bijvoorbeeld:

    • blijken van onbekwaamheid (adviezen die een kundig adviseur niet zou geven)

    • blijken van meer dan incidentele slordigheid of onheusheid (voortdurend trage reacties, in het oog springende onwellevendheid)

    • blijken van oneerlijkheid (bewuste onwaarheden, misleidende formuleringen).

  • Hoe worden declaratiegeschillen beslecht?

    Wat betreft het door een NOB-lid bedongen honorarium kan de Raad van Tucht uitsluitend onderzoeken of dit is vastgesteld ‘met inachtneming van de aard, de omvang en het belang van zijn werkzaamheden’ (art. 13 Reglement Beroepsuitoefening). Het is dus een marginale toetsing, waarbij bijvoorbeeld de volgende vragen aan de orde kunnen komen:

    • kunnen de in rekening gebrachte werkzaamheden geacht worden binnen het bereik van de verstrekte opdracht te vallen?

    • heeft de belastingadviseur de declaratie op een daartoe strekkend verzoek van de cliënt op behoorlijke wijze en binnen een redelijke termijn gespecificeerd?

    • zijn de bestede tijd en/of het uurtarief redelijk (in de zin van niet buitensporig) in verhouding tot de verrichte werkzaamheden?

  • Hoe ver gaan de bevoegdheden van de tuchtrechter?

    Als de Raad van Tucht uw klacht gegrond verklaart kan hij (in volgorde van gewicht) de volgende maatregelen toepassen:

    • Waarschuwing 

    • Berisping

    • Schorsing voor een periode van maximaal zes maanden

    • Ontzetting uit het lidmaatschap.

    Wordt de klacht door de Raad van Tucht geheel of gedeeltelijk ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard, dan kan men hiertegen beroep instellen bij de Raad van Beroep. Het is niet mogelijk beroep in te stellen tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel.

    Let op: de tuchtrechter kan geen schadevergoeding toekennen dan wel declaraties vernietigen of verminderen. Daarvoor moet een klager zich tot de burgerlijke rechter wenden.

  • Aan wie kan de klacht gericht worden?

    Klachten kunnen gericht worden aan:

     

    De Raad van Tucht van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs

    Postbus 2977

    1000 CZ AMSTERDAM

  • Hoe kunnen uitspraken van de Raad van Tucht en de Raad van Beroep gevonden worden?

    Onder "Jurisprudentie Raad van Tucht" of "Jurisprudentie Raad van Beroep" vindt u de geanonimiseerde uitspraken van het betreffende tuchtcollege in chronologische volgorde. U kunt door middel van de algemene zoekfunctie ook zoeken op trefwoord, bijvoorbeeld "belangenverstrengeling" of "declaratie". Verfijn uw zoekresultaten door te filteren op 'artikel type', bijv. Jurisprudentie RvT of Jurisprudentie RvB.