Belastingregels: zo complex dat ze eigenlijk ondoenlijk zijn 

De tijd dat een fiscalist vooral de nationale belastingregels toepast, is voorbij. Er komt steeds meer internationale regelgeving. Die maakt het vak complex, en soms zelfs ondoenlijk, zegt Marlies de Ruiter. 

Een technische kijk op fiscaliteit. Precies de regels toepassen. Vooral de nationale wetgeving en belastingverdragen. Zo omschrijft Marlies de Ruiter (EY) de “oorspronkelijke” fiscalist. Met als toevoeging: 1.0. Maar die wordt langzaam vervangen door hogere varianten. De fiscalist 2.0 komt op na 2012, als de discussie over fair tax losbarst. Regels worden aangescherpt, op initiatief van de OESO, maar ze bouwen nog steeds voort op oude principes. Mazen in de wet worden gedicht, landen stemmen hun belastingsysteem op elkaar af. En dan volgt er meer. De Ruiter: ‘Steeds meer wordt belastingheffing in het ene land ook bepaald door hoe de zaken elders zijn geregeld. Zo wordt binnenkort de heffing in Nederland afhankelijk van de minimumbelastingregels en daarmee ook van accountingstandaarden van een ander land. Dat maakt het werk voor fiscalisten plotseling een stuk complexer.’ Dat woord zal De Ruiter nog vaker gebruiken. 

Schadelijke belastingconcurrentie 

De fiscalist 3.0 krijgt precies daarmee te maken. Het is 2013 als het project over Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) start. De Ruiter voerde in de jaren daarvoor als vertegenwoordiger de onderhandelingen over verrekenprijzen namens Nederland. Daarna trad zij bij de OESO in dienst en leidde ze een divisie die het BEPS-project uitvoerde. Doel: het tegengaan van aggressive tax planning door grote ondernemingen. Vijftien rapporten verschenen er, met talloze acties, die rap daarna wereldwijd werden ingevoerd. Maar ook na deze invoering bestond er nog steeds, zo zegt De Ruiter, schadelijke belastingconcurrentie tussen overheden. ‘Overal willen ze een lager belastingtarief, het is een race to the bottom. Die moest een halt worden toegeroepen, onder andere met een minimum global belasting.’ 

Voor alle bedrijven worden de compliance kosten fors hoger

De complexiteit is een feit 

Ook het kleinere belastingadvieskantoor om de hoek dat alleen particulieren adviseert, kan te maken krijgen met deze mondialisering, zegt De Ruiter. ‘Die loopt ook aan tegen antiwitwasregels en het UBO-register, zeker als het vermogende particulieren als klant heeft.’ Maar het “echte” complexe verhaal speelt vooral bij bedrijven met een omzet van meer dan 750 miljoen: ‘Dan zijn er wel heel veel verplichtingen waaraan bedrijven moeten voldoen, zoals country-by-country reporting van belastingen en de nieuwe minimumbelastingregels.’ Deze en soortgelijke internationale regels worden door de OESO slechts voorgesteld, maar niet opgelegd: dan doen de 145 aangesloten landen, die allemaal hun puntjes op de i willen zetten bij nieuwe regels, en voilà: de complexiteit is een feit. 

Grote impact 

Dat heeft grote impact gehad op hoe fiscalisten nu werken. Denk aan de maatregelen tegen doorstromers – de brievenbusmaatschappijen – voor wie de voorwaarden om toegang te krijgen tot de voordelen van belastingverdragen behoorlijk zijn aangescherpt. Denk aan de CV/BV-structuren: entiteiten die in het ene land wel en in het andere land niet werden erkend. Dit gaf allerlei belastingvoordelen die na het BEPS-project onmogelijk zijn gemaakt. Voorheen werden rulings – vertrouwelijke afspraken tussen belastingautoriteiten en belastingplichtigen – niet bekendgemaakt, nu worden ze uitgewisseld met belanghebbende landen. Tot slot geldt de country-by-country reporting: bedrijven met een jaaromzet boven de 750 miljoen moeten per land aangeven hoeveel winst ze daaraan toerekenen en welke economische activiteiten ze daar hebben. ‘Dit alles geschiedt in het kader van fair tax: het tegengaan van belastingontwijking, belastingontduiking en agressieve planning.’ 

Chaos 

Deze regels, hoe legitiem ook, kennen een groot bezwaar: ze zijn vaak “extreem complex”, zegt De Ruiter, vooral de nieuwe minimumbelastingregels. Daarom zijn er tijdelijke, zogenaamd “eenvoudige” maatregelen gekomen. ‘Maar die simplificaties gelden weer alleen voor de korte termijn, en zelfs deze regels zijn onduidelijk. Slechts een enkel land in de EU heeft al een definitieve wetgeving, bijna de helft van de landen heeft nog niet eens echt een wetsvoorstel hierover. En dat terwijl dit alles per 1 januari 2024 in de EU in werking zou moeten treden. Dus het is best wel chaos.’ 

Vooral de nieuwe minimumbelastingregels zijn extreem complex

Dubbel werk 

Fiscalisten kunnen dit werk alleen goed doen, zegt De Ruiter, als zij over verschillende expertises beschikken. Zo moeten ze ook weten hoe financial reportingregels werken, want de minimumbelastingregels zijn daarop gebaseerd: bedrijven moeten niet alleen hun normale belastingaangifte doen, ze moeten ook een aangifte doen om te bewijzen dat ze in een land voldoende belasting hebben betaald. Ze moeten daarbij een heel andere belastingbasis doorrekenen. ‘Als blijkt dat er ergens te weinig belasting is betaald, dan moet worden bepaald wie die belasting mag heffen. Daar zijn ook weer allemaal moeilijke regels voor. In feite heb je als bedrijf dubbel werk. Dit alles krijgt de fiscalist 3.0 op zijn bordje. Het is niet eens complex, het is extreem complex en sommigen zeggen: ondoenlijk.’   

Expertise van anderen 

Meer dan ooit zullen fiscalisten expertise van anderen moeten binnenhalen, zoals tax accounting. Maar door de krapte op de arbeidsmarkt is die veelal niet voorhanden. En fiscalisten moeten zich meer gaan bezighouden met compliance. ‘Voor alle bedrijven tezamen worden de compliancekosten misschien wel twee keer zo groot als het bedrag aan extra belasting dat zal worden afgedragen. De kosten lopen voor een grote multinational al snel in de miljoenen. En de administratieve lasten voor bedrijven zíjn al sinds 2012 fors gestegen. Daar komt dit weer bovenop. Een keer zal de vraag worden gesteld: wat is nog acceptabel aan regelgeving, en wat niet meer?’


Marlies de Ruiter (57) 

1992 Master fiscale economie, Erasmus Universiteit Rotterdam 

1992-2000 Belastingdienst 

2000-2011 Ministerie van Financiën 

2005-2009 Voorzitter van twee comités, OESO 

2012-2016 Hoofd van de Belastingverdragen, Verrekenprijzen en Financiële Transacties Divisie OESO 

2016-heden Tax Partner, EY 

Gerelateerd