Tuchtrecht

De NOB heeft een eigen tuchtrechtspraak, waarin – als daar aanleiding voor is – de praktijkuitoefening van leden wordt getoetst aan de 'eer en waardigheid van het beroep'.

De tuchtrechtspraak treedt in werking als cliënten (of anderen met een belang) ontevreden zijn over de dienstverlening door een NOB-lid en een klacht indienen bij de Raad van Tucht. De tuchtrechtspraak is geregeld in het Reglement Tuchtzaken en in de  Statuten NOB.

De tuchtrechtspraak is in eerste instantie in handen van de Raad van Tucht. Tegen een uitspraak van de Raad van Tucht is beroep mogelijk bij de Raad van Beroep. De voorzitters, plaatsvervangend voorzitters, griffiers en plaatsvervangend griffiers van zowel de Raad van Tucht als de Raad van Beroep zijn geen lid van de NOB. Ze voldoen allen aan de vereisten voor benoembaarheid in de Nederlandse rechterlijke macht en zijn met enige bij de wet ingestelde rechtspraak belast of belast geweest.

Klachten over gewone en aspirant-leden van de NOB kunnen worden ingediend door cliënten, andere personen (mits het hun belang betreft), NOB-leden, het NOB-bestuur, de toezichthouder ingevolge de WWFT en door de Directeur-Generaal van de Belastingdienst. Ook tegen oud-leden van de NOB kan een klacht worden ingediend, mits die betrekking heeft op werkzaamheden die tijdens het lidmaatschap zijn verricht. Voor alle duidelijkheid: het is alleen mogelijk een klacht in te dienen tegen een individueel NOB-lid. Klachten tegen een kantoor zijn niet mogelijk.

Een klacht kan schriftelijk worden ingediend (in zesvoud) bij de Raad van Tucht van de NOB, Postbus 2977, 1000 CZ Amsterdam

Meer informatie over de NOB-tuchtrechtspraak is te vinden op de pagina FAQ.

Jurisprudentie Raad van Tucht

Jurisprudentie Raad van Beroep