Op zoek naar DAC6-transacties, elke maand 

Een van de vele internationale belastingregels waarop fiscalisten nu enkele jaren bedacht moeten zijn is DAC6. Deze Europese richtlijn bepaalt dat bepaalde grensoverschrijdende transacties moeten worden gemeld bij de Belastingdienst. Achteraf hoeft er minder vaak te worden gemeld dan gedacht, zegt Otto Snel, tax manager bij ASML. 

‘Het werk rond DAC6 valt mee bij ASML, maar het is wel een hoepeltje waar we iedere maand doorheen moeten springen.’ Kort samengevat is dat de sfeer bij de fiscalisten bij ASML, leverancier van machines voor de halfgeleiderindustrie, een bedrijf dat internationaal opereert. Dat “meevallen” van de werkdruk voor DAC6 werd in 2020, toen de regeling van kracht werd, wel anders geïnterpreteerd. Door de ruime “hallmarks” (kenmerken) zouden veel gangbare, niet “agressieve’“ grensoverschrijdende transacties mogelijk ook onder de meldplicht vallen. Dat zou leiden tot veel onduidelijkheid, veel papierwerk en veel menskracht. DAC6 draaide de boel om: de Belastingdienst controleert niet alleen meer achteraf of er bepaalde grensoverschrijdende belastingstructuren hebben plaatsgevonden, bedrijven moeten dat vooraf melden: op het moment dat ze worden uitgevoerd of al daarvoor, als ze worden bedacht. Denk aan een bepaalde grensoverschrijdende overdracht van de ene entiteit naar de andere, of grensoverschrijdende liquidaties en fusies. 

Je moet voortdurend op het proces zitten als je compliant wilt zijn 

Gatekeepers 

De aanvankelijke onzekerheid daarover is in ieder geval bij ASML meegevallen. ‘De impact van DAC6 is minder groot dan we enkele jaren geleden dachten’, zegt Otto Snel. ‘Het aantal meldingen is na 3,5 jaar op de vingers van twee handen te tellen.’ 

Dat wil niet zeggen dat DAC6 nauwelijks werk met zich meebrengt. Het kost meer energie dan uit die paar meldingen blijkt. Snel: ‘Door de breed opgezette hallmarks kunnen allerlei transacties in scope zijn van DAC6, de meldingstermijn bedraagt dertig dagen en kan al aanvangen voordat de eerste stap tot implementatie van een transactie is ondernomen. Je moet voortdurend op het proces zitten als je compliant wilt zijn. Steeds moeten we nagaan: zijn er nog transacties geweest die we moeten analyseren, die we moeten melden? Iedere maand hebben we dat overzicht nodig. Om aan de informatiebehoefte voor dat overzicht te voldoen, wordt daarom ook geschakeld met andere teams in de organisatie’. 

In control 

Om het proces intern te stroomlijnen maakt ASML gebruik van een tool van een externe supplier. Eerst werd bekeken: wie moeten we hierbij betrekken? Dat werden treasury, legal en HR. Binnen die afdelingen zijn enkele gatekeepers benoemd. Zij krijgen vanuit de tool maandelijks een questionnaire waarmee ze zaken die mogelijk onder DAC6 vallen noteren. Die input gaat weer naar Otto Snel. Hij onderzoekt of het daadwerkelijk onder DAC6 valt, enkele collega’s van tax bekijken dat ook. Soms is dat snel duidelijk, soms moet er dieper worden geanalyseerd of de transactie moet worden gemeld. Een mogelijk DAC6-geval wordt niet gauw over het hoofd gezien, zegt Snel. ‘Buiten dat onze tax-afdeling erop bedacht is en dat we schakelen met andere afdelingen, dienen bepaalde transacties te worden goedgekeurd door een board binnen ASML. Hier komen relevante transacties concreet langs, waardoor dit nogmaals een “triggermoment” is om een DAC6-analyse hierop te verrichten, indien nodig. In principe hebben we het volledige overzicht door de betrokkenheid van de tax-afdeling bij transacties en de informatie via de maandelijkse questionnaires ingevuld door de gatekeepers, de controle van de board-agenda is dus een soort backstop. Op DAC6-gebied is er derhalve een intensieve samenwerking tussen tax, treasury, legal en HR.’  

Snel is ervan overtuigd dat het zo heel soepel loopt. ‘De uitdaging is de juiste informatie op tijd binnen te krijgen. Met de gatekeepers, de boards en onze eigen tax-afdeling is dat goed georganiseerd. Het is niet zo dat wij blindvaren op andere afdelingen. Heel vaak zijn wij al op de hoogte van transacties die mogelijk onder DAC6 vallen, omdat bij elke relevante transactie wel iemand van tax is betrokken. We zijn in control.’ 

Een evaluatie van (de efficiëntie van) DAC6 zou interessant zijn 

Transparant 

Volgens Snel heeft elke fiscalist – maar ook mensen van bijvoorbeeld de financiële of juridische afdeling – te maken met DAC6. Iedereen moet zich steeds realiseren dat DAC6 mogelijk kan spelen: ‘Het is een extra complianceverplichting’. Maar de tijdsbelasting is doorgaans niet erg groot. ‘Weinig van onze transacties vallen onder de meldplicht, maar we moeten wel veel transacties daarop controleren. Als een transactie potentieel binnen de hallmarks valt, is het ook méér dan de hallmarks aflopen en afvinken. Die zijn namelijk niet allemaal zwart-wit. Het vereist vaak nadere analyse.’ 

Het enige nadeel dat wordt gevoeld, is dat dit een verplichting is die elke maand terugkomt. En als uiteindelijk blijkt dat er weer eens niets hoeft te worden gemeld, moest toch weer het hele proces worden doorlopen. ‘De “approach to tax” van ASML is openbaar en er wordt niet aan agressieve tax planning gedaan. Als er al iets dient te worden gemeld, zal dat geen fiscaal in het oog springende transactie zijn. Daardoor vragen de fiscalisten bij ASML zich af of er op enig moment een evaluatie over de efficiëntie van DAC6 zal plaatsvinden, mede gezien de steeds groeiende compliancelast voor bedrijven.’  

DAC6 in een notendop 

  • DAC6 is een Europese richtlijn die in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd. 
  • Fiscale transparantie is het doel. 
  • Intermediairs en/of belastingplichtigen moeten potentieel agressieve grensoverschrijdende fiscale constructies melden bij de Belastingdienst. 
  • Dit zijn fiscale transacties en structuren die mogelijk kunnen worden gebruikt om belasting te ontwijken. 
  • Een constructie moet worden gemeld als deze bepaalde “hallmarks” (wezenskenmerken) bezit en – in sommige gevallen – daarnaast als een van de belangrijkste te verwachten voordelen een belastingvoordeel betreft. 

Dat die tijd toch goed is besteed blijkt ergens anders uit: ‘We hebben nog nooit gehoord dat we een melding over het hoofd hebben gezien, laat staan dat we daarvoor een boete hebben gekregen. We zijn “in control” met betrekking tot DAC6. Wel zijn we geneigd om bij twijfel te melden, voor de zekerheid. We voelen ons ook niet bezwaard om transacties te melden. DAC6-meldingen waren in 2020 nieuw voor ons. Transparant zijn naar de Belastingdienst is niet nieuw, dat waren we al.’ 


Otto Snel (32) 

2018 Master fiscaal recht, Tilburg University 

2018-2022 Consultant Business Tax, Deloitte 

2022-heden Tax manager EMEA, ASML 

Gerelateerd