Aandachtspunten voorgestelde maatregel bestrijding ‘short stay structuur’ 

Reactie op de internetconsultatie ‘Btw-herziening diensten aan onroerende zaken’ 

De regering wil met de nu geconsulteerde maatregel een gelijker speelveld creëren voor ondernemers die onroerende zaken verhuren door te voorkomen dat via een zogenoemde ‘short stay structuur’ minder btw wordt betaald. De NOB begrijpt de wens om de vermelde belastingbesparende structuur te bestrijden.

De nieuwe regel houdt in dat als een ondernemer meer dan 30.000 euro uitgeeft aan diensten aan onroerende zaken (zoals herstel en onderhoud), hij of zij de btw op die diensten moet terugbetalen als het gebruik van het gebouw wijzigt van btw-belast naar btw-vrijgesteld. Als gevolg hiervan moet het gebruik van de diensten circa vijf jaar worden gevolgd.

In het huidige voorstel wordt op een aantal punten gehoor gegeven aan eerdere bezwaren bij het soortgelijke voorstel uit 2017. De NOB waardeert op zich de inperking van de soort diensten, de aanpassing van de drempel en de toevoeging van een overgangsregeling. Met betrekking tot de eerste twee punten ziet de NOB echter nog steeds praktische aandachtspunten. 

De NOB is kritisch over de voorgestelde maatregel omdat het effect te breed is. De voorgestelde wijzigingen lijken zich namelijk niet te beperken tot ondernemers die vastgoed laten verbouwen met het doel om deze btw-vrijgesteld te verhuren, maar treffen een veel bredere groep ondernemers alsook veel meer vastgoed dan alleen de panden die tot woningen zijn verbouwd. De NOB vraagt zich af of het inderdaad de bedoeling is dat naast de short stay-structuren ook andere soorten ondernemers en andere soorten vastgoed onder de maatregel vallen. De NOB vraagt zich ook af hoe groot het financiële belang (nog) is na inwerkingtreding van de Wet vaste huurcontracten, of rekening is gehouden met de verwachte effecten van het Europese ViDA-voorstel en of de voorgestelde maatregel wel past binnen de Europese btw-regels.  

De NOB geeft ook een aantal alternatieve denkrichtingen in overweging om ongewenste en/of niet beoogde gevolgen van het voorstel te beperken. 

Onze volledige reactie kunt u hieronder downloaden.

Dit commentaar is tot stand gebracht door de Commissie Wetsvoorstellen, bestaande uit de NOB-leden Robert van der Jagt (voorzitter), Arco Bobeldijk, Matthijs Broekhuizen, Sebastiaan de Buck, Bas van der Burgt, Wiebe Dijkstra, Jeroen Elink Schuurman, Gerbrand Hidding, Martijn Jonkers, Ben Kiekebeld, Reinout Kok, Corina van Lindonk, Shanna van den Maagdenberg, Madeleine Merkx, Jan Nieuwenhuizen, Cor Overduin, Michel Ruijschop, Jeroen van Strien, Max Velthoven, Edwin Visser, Luc van der Voort, David van Wordragen, Susan Adriaans (secretaris wetgeving), Pjotr Anthoni (secretaris wetgeving) en Ruben van der Wilt (secretaris wetsuitvoering), de sectie Omzetbelasting bestaande uit de leden Gert-Jan van Norden (voorzitter), Anja Adriaensen, Simon Cornielje, Henk Hop, Maxime Leenders, Mirco Marinc, Madeleine Merkx, Lex Neijtzell de Wilde, Trudy Perié, Eline Polak, Pascal Schrijver, Michel Voets, Walter de Wit en Liz Kluvers (secretaris) en de NOB-leden Jerome Germann, Han Leijten, Kevin van Lierop, Willeke Tigchelaar, Clarinca van Veelen, Jan Verbaan en Remco van der Zwan.  

Gerelateerd