Kantoorbezoek C&B More
De NOB bezoekt jaarlijks een aantal kantoren in Nederland, waaronder ook kleinere en middelgrote kantoren. Zo krijgen bestuur en directie een goed beeld van de praktijk, de cultuur en de uitdagingen binnen deze kantoren. Recent was Rotterdam aan de beurt, waar onder andere C&B More werd bezocht. Bij het bezoek waren namens de NOB Michel Bilars, bestuurslid, Paulien Geerdink, algemeen directeur en Alexandra Piksen, directeur juridische- en ledenzaken en bestuurssecretaris NOB aanwezig. In dit interview blikken Connie Roozen, partner bij C&B More en Michel Bilars terug op dit bezoek.
Allereerst, Connie, kun je iets over jezelf vertellen en over C&B More?
Mijn naam is Connie Roozen, ik ben fiscaal econoom en ben in 1997 begonnen bij Ernst & Young. Mijn eerste opdracht was in de scheepvaart. Dat vond ik zo’n leuke sector dat ik me daarin ben gaan specialiseren. In 2009 ben ik partner geworden bij EY en in 2012 heb ik samen met een collega, Hendrik Boonstra, C&B More opgericht. Hij werkte toen vanuit Groningen en ik vanuit Rotterdam. Dat is nog steeds zo.
C&B More is een kantoor met 22 medewerkers, dit houdt in korte lijnen binnen het team en richting cliënten. We zijn een hecht team en hanteren een persoonlijke benadering. Kwaliteit en vaktechniek staan centraal, net als de ontwikkeling van onze medewerkers. Die kwaliteit uit zich ook in specialistische kennis. Mijn eigen expertise ligt op het gebied van scheepvaart en zorg. Onze collega’s hebben kennis van private clients, innovatie en vastgoed. Daarnaast richten we ons op internationale tax planning. We geloven sterk in werken vanuit waar je goed in bent en wat je leuk vindt.

Michel, hoe kijk jij tegen dit kantoor aan?
Het is een heel professioneel en ambitieus kantoor. Dat zie je bijvoorbeeld aan de zoektocht naar nieuwe collega’s. Tegelijkertijd is het een vriendelijk kantoor met een down-to-earth sfeer. Die nuchtere en praktische cultuur valt meteen op; het is een kenmerk dat duidelijk bij het kantoor past en ook in de uitstraling terugkomt.
Vaktechniek is voor hen erg belangrijk, zoals Connie ook al zei. Tijdens het kantoorbezoek hebben we daar uitgebreid over gesproken, ook in relatie tot het aanbod van de NOB.
Connie, wat typeert de medewerkers die hier werken?
We hebben het een tijdje geleden aan de medewerkers gevraagd: hoe zouden jullie ons kantoor typeren? Wat vaak terugkomt, is vrijheid, flexibiliteit en een open cultuur. De nuchtere kijk die Michel noemt, komt ook steeds terug. De medewerkers zijn cliëntgericht en down-to-earth.
Daarnaast zijn we een hecht team en staat ontwikkeling voorop. We besteden veel aandacht aan betrokkenheid en laten het hele team meebepalen in de strategie van het kantoor.
Welke ontwikkelingen of uitdagingen spelen nu in jullie praktijk?
Connie: Wat we nu zowel als kans als uitdaging zien, is AI. Het is een enorme ontwikkeling in ons vakgebied. Aan de ene kant positief en interessant om mee te maken, aan de andere kant zijn de huidige AI-tools nog niet helemaal waar ze moeten zijn, vooral de vaktechnische tools van bijvoorbeeld Kluwer of SDU. Dat biedt kansen voor de toekomst, maar het is ook een uitdaging. Hoe we mensen opleiden in deze nieuwe tools vormt een belangrijke vraag.
Michel: Ook voor kleinere kantoren is AI iets waar je niet meer omheen kunt. Je kunt niet wachten en denken dat het iets is voor de grote kantoren. De NOB biedt inmiddels AI-cursussen aan, en in 2024 was AI het thema van het NOB-jaarcongres. Tegelijk blijft het belangrijk dat kantoren zelf actief met deze ontwikkelingen aan de slag gaan.
Connie: Een andere grote uitdaging is de krapte op de arbeidsmarkt. Het vinden van goede mensen is niet makkelijk. Het aantal studenten dat een fiscale studie volgt, loopt terug, waardoor het probleem op termijn alleen maar groter wordt.
Op dit moment hebben we vier vacatures openstaan. Gelukkig hebben we weinig verloop, maar nieuwe medewerkers vinden blijft lastig, ook doordat we minder bekend zijn. Om deze problemen het hoofd te bieden, hebben we nu een recruiter in dienst die zich volledig richt op werving.
Hoe kijk je aan tegen het lidmaatschap van de NOB?
Connie: Heel positief. Voor een kantoor met onze omvang heeft het veel meerwaarde, onder andere door de beroepsopleiding voor onze jonge medewerkers en de permanente educatie voor alle medewerkers.
Onlangs heb ik een AI-cursus van de NOB gevolgd. Inhoudelijk was die heel goed, maar ook het netwerken tijdens de cursus is belangrijk. Je ontmoet collega’s van grotere advieskantoren of bedrijfsfiscalisten, leert met welke tools zij werken, welke knelpunten ze ervaren en welke inzichten dat oplevert. Het contact met andere collega’s tijdens zo’n training is een grote meerwaarde.
Michel, als je kijkt naar de aansluiting van kleinere en specialistische kantoren bij de NOB: wat zie je daar gebeuren?
Vroeger, en soms hoor je dat nog steeds, werd de NOB gezien als een beroepsvereniging die er vooral was voor de Big Four. Die tijden zijn lang voorbij. Inmiddels is er een grote diversiteit aan aangesloten kantoren, van grote advieskantoren tot eenmanskantoren en kantoren zoals C&B More. De NOB probeert een beroepsorganisatie te zijn voor alle leden en houdt rekening met die verschillen.
Connie : Die aandacht is er echt. Zo vind ik het heel positief dat er een bestuurslid is dat zich specifiek richt op kleinere kantoren.
Welke signalen of inzichten nemen jullie mee uit dit bezoek?
Connie: Het bezoek zelf vond ik al heel positief. We hebben veel besproken, van kleine tot grote zaken. Zo hoorden we ook dat er een klankbordgroep bestaat, met vertegenwoordigers van kleinere kantoren. Dat stond niet meteen op ons netvlies, maar is voor ons belangrijk.
Tijdens het bezoek kwam de relatie met de Belastingdienst ter sprake. Wij streven altijd naar goed contact met de Belastingdienst en een inhoudelijke discussie, maar we merken dat de houding steeds strikter wordt en er minder ruimte is voor overleg. Ik hoop dat de NOB daar iets in kan betekenen.
Michel: Vanuit mijn rol in het bestuur maak ik onderdeel uit van het zogeheten BECON-overleg. Dat gaat over de samenwerking tussen belastingadviseurs en de Belastingdienst. De signalen die Connie geeft, neem ik mee in dat overleg. We horen dit vaker bij kantoren, dus het is goed deze signalen structureel te melden.
Michel, wat haal jij persoonlijk uit deze kantoorbezoeken?
Ik word blij van deze bezoeken. Ze laten zien dat de NOB er ook voor kleinere en middelgrote kantoren is. Je ziet de diversiteit van de leden en krijgt een gevoel bij de kantoren. Voor het bestuur is dit belangrijk: we moeten kunnen bieden wat verschillende kantoren nodig hebben, van eenmanskantoren tot kantoren met twintig of meer medewerkers.
Het bezoek aan C&B More bevestigt dat er veel sterke, professionele kantoren zijn in Nederland, met een persoonlijke cultuur en ambitie. De NOB kan een rol spelen in het ondersteunen en verbinden van deze kantoren.