Vijf vragen aan Erik Berk over de aanpassing van de Code of Conduct en de Handreiking van het kantoorhandboek
De Code of Conduct en de Handreiking voor het kantoorhandboek zijn aangepast voor het gebruik van AI. In dit interview licht Erik Berk, lid van de Commissie Beroepszaken van de NOB, toe wat er is veranderd en wat dat betekent voor de praktijk van het NOB‑lid.
Allereerst, kun je jezelf voorstellen en wat motiveert jou om je als vrijwilliger namens de NOB in te zetten?
Mijn naam is Erik Berk. Ik ben 59 jaar, getrouwd en heb twee kinderen. Ik werk inmiddels bijna 35 jaar bij PwC. Daar heb ik altijd in de fiscale advisering gewerkt, vooral op het gebied van internationaal belastingrecht en vennootschapsbelasting. Ik heb in Leiden Fiscaal Recht gestudeerd. Sinds een aantal jaren heb ik een interne rol binnen onze fiscale praktijk.
Binnen de NOB maak ik deel uit van de Commissie Beroepszaken. Toen ik werd gevraagd om daarin te participeren, was mijn belangrijkste drijfveer vooral nieuwsgierigheid: wat is en doet de NOB eigenlijk, en wat doet de Commissie Beroepszaken precies? En ook om met een andere blik – misschien wat meer van buitenaf – naar het beroep van belastingadviseur te kijken.

Kun je kort schetsen wat de Commissie Beroepszaken doet en welke thema’s of vraagstukken pakken jullie op?
De Commissie Beroepszaken (CBZ) houdt zich bezig met zaken die onze beroepsuitoefening raken, maar niet fiscaaltechnisch of fiscaal-inhoudelijk zijn. Het gaat om alle beroepsgroepen binnen de NOB waaronder belastingadviseurs, bedrijfsfiscalisten en advocaat-belastingkundigen.
Een belangrijk onderdeel is de toepassing van onze beroepsregels, het Reglement Beroepsuitoefening. Daarnaast gaat het bijvoorbeeld om formeelrechtelijke kwesties, zoals de reikwijdte van het verschoningsrecht en de relatie tussen belastingadviseurs en de Belastingdienst. Daarnaast spelen ook andere dan (fiscaal)juridische aspecten een steeds belangrijkere rol in onze dienstverlening. Deze zijn onder andere neergelegd in onze Tax Principles.
Je bent betrokken geweest bij het aanpassen van de toelichting in de Code of Conduct ten aanzien van kunstmatige intelligentie (‘AI’). Wat is er inhoudelijk veranderd ten opzichte van de vorige versie?
De veranderingen op het gebied van technologie zijn eigenlijk begonnen bij het oude commissieverbod in de Code of Conduct. Dat verbod hield in dat een NOB‑lid geen commissies mocht ontvangen voor het doorverwijzen van klanten, vanwege de onafhankelijkheid van de adviseur.
Technologiebedrijven werken echter op een heel andere manier samen met hun (commerciële) partners, waaronder belastingadviseurs. Het bestaande commissieverbod was niet goed toegerust op deze nieuwe samenwerkingsvormen. Daarom is het commissieverbod geschrapt en geïntegreerd in de algemene bepaling over de onafhankelijkheid van de belastingadviseur (artikel 2 van de beroepsregels). In de toelichting wordt nu nader ingegaan op het gebruik van technologie en samenwerking met derden op dit gebied. Dit geldt voor technologie in de breedte, maar zeker ook voor AI.
Naast onafhankelijkheid vormt kwaliteit een essentiële pijler van ons beroep. Samen vormen die de basis voor vertrouwen in onze beroepsgroep door cliënten en andere stakeholders waaronder de Belastingdienst. AI – en met name generatieve AI – biedt veel kansen om de kwaliteit van onze dienstverlening te verbeteren, zoals meer efficiëntie en betere toegang tot informatie. Maar het gebruik van AI brengt ook risico’s mee. In deze context spelen deskundigheid en zorgvuldigheid een cruciale rol en zijn dan ook expliciet benoemd in de toelichting. Deskundigheid betekent dat je moet weten wat je doet: wat je vraagt, waarom je het vraagt en hoe je het vraagt. En dat je je bewust bent van risico’s zoals hallucinaties, waarbij AI-uitkomsten genereert die (feitelijk) onjuist zijn. Zorgvuldigheid betekent onder meer dat je de output van AI zelf beoordeelt: de ‘human in the loop’.
Een derde belangrijk aandachtspunt bij het gebruik van AI is onze geheimhoudingsplicht. AI werkt met data. Dat betekent dat je als adviseur heel bewust moet zijn van welke informatie je in welke applicatie stopt en wat ermee gebeurt, zeker bij vertrouwelijke klantgegevens. Daarbij spelen ook aspecten als GDPR en datadoorgifte buiten de Europese Economische Ruimte een rol. Ook dit punt is, net als deskundigheid en zorgvuldigheid, benoemd en toegelicht in de toelichting op de beroepsregels. Voor een wat diepgaandere analyse over het gebruik van AI door belastingadviseurs verwijs ik naar eerdere genoemde CFE Opinion Statement.
Loop je in de praktijk tegen dilemma’s aan bij het gebruik van AI?
Ik gebruik AI vooral om informatie te verzamelen en te analyseren. Echte dilemma’s ervaar ik niet, behalve dat je heel kritisch moet blijven op de antwoorden die je krijgt. AI‑uitkomsten zien er vaak uiterst overtuigend uit, terwijl dat niet altijd terecht is.
Wat me verder opvalt, is het belang van goed ‘prompten’. De manier waarop je een vraag stelt, kan onbewust opvattingen of meningen bevatten die het antwoord beïnvloeden. Dat maakt het formuleren van goede vragen extra belangrijk en dwingt jezelf ook om scherper na te denken over wat je precies wilt weten.
Daarnaast is de ‘handreiking voor het schrijven van een kantoorhandboek’ aangevuld met een paragraaf over AI. Waarom is een goed kantoorhandboek belangrijk vanuit het perspectief van beroepsuitoefening en kwaliteit?
De handreiking is oorspronkelijk bedoeld voor kleinere kantoren, maar is eigenlijk nuttig voor al onze leden die in de adviespraktijk werkzaam zijn. In relatief weinig pagina’s biedt het een overzicht van belangrijke aspecten waar je als adviseur rekening mee moet houden.
De term ‘kantoorhandboek’ is misschien wat gedateerd, maar voor mij is het vooral een document dat laat zien hoe je op een gestructureerde manier risico’s beheerst en kwaliteit borgt in je dienstverlening. Het biedt een ‘way of working’. Daarnaast helpt het nieuwe collega’s om zich snel te oriënteren op de organisatie, zeker als het gaat om kwaliteit en risicobeheersing.
Wat zou je leden willen meegeven die overwegen om ook een actieve rol binnen de NOB te spelen?
Vooral: doen. Wat deelname aan de Commissie Beroepszaken mij heeft gebracht, is de mogelijkheid om vraagstukken vanuit verschillende perspectieven te bekijken, anders dan vanuit jezelf en jouw eigen organisatie.
Dat levert nieuwe inzichten op en verbreedt je horizon. Dat hoor ik ook terug van collega’s die, zowel fiscaaltechnisch als niet‑fiscaal, deel uitmaken van een andere commissie of sectie binnen de NOB. Je leert echt vanuit verschillende invalshoeken naar vraagstukken te kijken.En dat maakt het interessant om je aan te sluiten.