Toonbeeld van een diplomaat
Sigrid Hemels
Sigrid Hemels
Mijn eerste kennismaking met Frits Sobels was toen ik in het Byzantium kwam voor de introductiecursus. Ik kan me nog goed herinneren dat hij daarbij aanwezig was en een welkomstpraatje hield. Dat was mijn eerste indruk van hem: zichtbaar betrokken, maar op gepaste afstand.
Een paar jaar later, kort nadat de JOB was opgericht, werden jonge leden meer betrokken bij activiteiten van de NOB. Omdat ik altijd graag schreef, werd ik gevraagd om namens de JOB toe te treden tot de redactie van Exposé, het toenmalige ledenmagazine. Daarmee werkte ik voor het eerst echt samen met Frits. Wat mij meteen opviel was hoe open hij stond voor ideeën.
Frits was voor mij ook het toonbeeld van een diplomaat en altijd uiterst correct. Sommige mensen ervoeren hem soms als streng, maar voor mij zat daar juist zijn kracht. Hij wilde voorkomen dat iemand zich bevoordeeld of benadeeld zou voelen. Regels die voor de één golden, golden ook voor de ander. Dat principe paste hij consequent toe, bijvoorbeeld bij de samenstelling van redacties en commissies. Er werd scherp gelet op een evenwichtige verdeling tussen kantoren en achtergronden, en je bijdrage was tijdelijk. Na een jaar of twee was het tijd om plaats te maken voor iemand anders. Ik denk dat juist daardoor binnen de NOB altijd een sterk gevoel van evenwicht heeft bestaan. Fiscalisten zijn van nature vakmensen die vooral met de inhoud bezig zijn en zich weinig aantrekken van waar iemand werkt. Maar Frits had oog voor degenen die daar gevoeliger voor waren en zorgde ervoor dat iedereen zich gelijk behandeld wist.
Jaren later vroeg Frits mij of ik wilde toetreden tot de Commissie Wetsvoorstellen. Een jaar later volgde mijn benoeming in het bestuur van de NOB. In die periode leerde ik (een klein beetje) meer ook de persoon achter de diplomaat kennen. Frits was niet iemand die veel vertelde over zijn privéleven, maar juist daardoor maakte het indruk wanneer hij iets van zichzelf liet zien. Mijn bewondering voor zijn diplomatieke vaardigheden groeide in die jaren alleen maar.
Wat ik bijzonder vond, was dat hij ook ruimte liet voor luchtigheid. Dat bleek bijvoorbeeld bij de jaarlijkse bestuursfoto. Eén jaar vond die plaats in de bestuurskamer, vermoedelijk vanwege slecht weer. Frits had er persoonlijk voor gezorgd dat de bestuurskamer was ingericht als een soort Engelse clubkamer. Enkele mannelijke bestuursleden werden wat baldadig en pakten de geweren die daar hingen. Er werd een foto gemaakt waarop bestuursleden met die geweren en de opgezette krokodil poseerden. Daarna bracht Frits iedereen weer in het gareel, waarna een keurige officiële foto volgde.

Wat mij altijd is bijgebleven, is hoe Frits daar vervolgens mee omging. In de tombstone van dat jaar stond aan de voorkant de officiële bestuursfoto. Maar aan de achterkant stond de vrolijke versie. Dat typeerde Frits: de juiste balans tussen orde en relativering, zonder het gezag of de zorgvuldigheid los te laten.