Blije herinneringen aan Frits

Jan van Trigt

Zo’n 40 jaar geleden leerde ik Frits kennen. We kwamen in de opleiding tot belastinginspecteur op dezelfde kamer op de inspectie Leiden 1e afdeling. Het was september 1985. De 1e afdeling ging over de belastingplichtigen van de stad Leiden. De 2e afdeling ging over de ommelanden. We begonnen samen op de 1e afdeling. Op dat ene belastingkantoor waren de twee afdelingen volkomen gescheiden werelden. Sterker nog binnen de afdeling spraken de ambtenaren van de inkomstenbelasting niet met omzetbelasting. “Die van de omzetbelasting” waren in de kamers aan de andere kant van dezelfde gang. En daar liepen wij rond in een naoorlogs gebouw maar volkomen vergelijkbaar met een lange gang met een glimmend geboende vloer in een ziekenhuis. Aan weerszijden kamers met belastingambtenaren in plaats van patiënten. Overigens zaten er heel gezellige en geschikte mannen tussen. Vrouwen in het vak waren er nog niet….

Onze voorgeschiedenis was volkomen verschillend in cultuur en opleiding. Frits had al een paar jaar PD13 aan de Breestraat achter de rug. Ik kwam vers van de Erasmus Universiteit. Frits en Sylvia woonde in een oud monument van Diogenes aan de Langebrug midden in de stad. Wij woonden in de Rijnstraat, ook in de stad. We dronken zo nu en dan bier bij de Morspoort. Frits genoot van Leiden vooral als de stad zich opmaakte voor Leidens Ontzet en de kermis werd opgebouwd. Frits kon de stad horen zoemen. Het zinderde zelfs in zijn beleving.

Het was nog de wereld van potlood en papier, van een typekamer met dames achter typemachines die onze brieven uittikten. Er waren koffiejuffrouwen die twee keer ’s ochtends en één keer ’s middags langs de kamers kwamen met een koffiekar. Je moest betalen met een bonnetje. Wij betaalden gaarne ook met onze bonnetjes voor belastingplichtigen die op gesprek kwamen. Enig niveau wilden we wel uitstralen, al was het uit eigen portemonnee.

Voorzien van een stempel met eigen naam en de titel “adjunct- inspecteur” gingen we de wereld van de echte fiscaliteit binnen. Als je een aangifte had beoordeeld en je dacht dat het accoord was dan plaatste je een afdruk van jouw eigen stempel op de voorkant van het aangiftebiljet: de Nederlandse overheid had een beslissing genomen! In theorie moesten alle aangiften beoordeeld worden. Maar dat waren er te veel. Dus er werden prioriteiten gesteld. Dat soort zaken vonden wij dan interessant. Hoe stellen we prioriteiten. Kon dat wel eigenlijk ongezien aangiften er doorheen stempelen? Frits genoot van teambesprekingen over dat soort dilemma’s. Heel serieus kon hij argumenteren om dan een uur later, de kaken nog iets breder trekkende, te schateren over hetgeen besproken was.

Eens per week hadden we een dag training op het Opleidings Instituut Financiën in Den Haag. Dat was dan een dag met een heel andere sfeer. Daar werden we als een nieuw soort inspecteur opgeleid. Dat werden wij: een nieuwe Belastingdienst. Het ging er om andere aspecten van het vak dat het strikt fiscaal juridische: hoe krijg je een samenleving richting “compliance”. Hoe moest je omgaan met goed- en kwaadwillende belastingplichtigen. Dat was een heel strategische beweging van de overheid.

We hadden ook een trainer die ons leerde “omgaan met mensen”. Niet dat Frits dat nodig had. Hij kon met iedereen omgaan. Maar we hadden daar plezier in. We nodigden Alex Straathof uit om een gesprek met een belastingplichtige bij te wonen, bij ons op de inspectie. Dat vond Frits buitengewoon interessant. Jaren later heeft Frits dezelfde Alex ook naar het opleidingsprogramma van de SOB gehaald. Zo stond Frits in het fiscale vak. De organisatie er omheen, dat was wat hem boeide.

Frits was een echt mensen mens. Hij kon met iedereen omgaan. Hij had een hekel aan arrogante mensen die uit de hoogte deden. Ik zal één scene op de receptie op de bruiloft van Monique en mij op 3 juli 1986, nooit vergeten. Mijn vader was gehandicapt en zat in een rolstoel maar op de receptie had hij zich op een barkruk gehesen. Het was een feest ook voor hem. Het Leidse team van de Inspectie 1e afdeling kwam ook langs. Ons Hoofd van Dienst meneer Van Boven, Hoofd-Inspecteur was er ook. Frits stond naast hem. Van Boven stelde zich voor aan mijn vader als mijn baas, “Van Boven is mijn naam”. Mijn vader, hoog gezeten op de barkruk, antwoordde: “Frans van Trigt, hoe is het beneden? Van Boven keek bedremmeld maar Frits proestte het uit en had het er jaren later nog over.

Maar een paar jaren later waren we wel vertrokken bij “De Dienst”. Ik werkte bij Arthur Andersen. En Frits had een opmerkelijke overstap gemaakt. Hij was directeur van de SOB geworden. Een opmerkelijke stap maar een overgang die helemaal bij Frits paste. We hadden contact want Arthur Andersen was een kantoor dat niet bij de NOB was aangesloten. En dat stoorde Frits. Enfin, enige tijd later werd Arthur Andersen ook lid van de NOB/SOB. En zo bouwde Frits aan een instituut.

Frits vond het ook nodig dat ik docent werd. Praktisch Vennootschapsrecht of zoiets was het onderwerp. Ik was de fiscalist naast Frederik Buijn. Afgestudeerd als econoom moest ik als docent alle zeilen bij zetten. Maar enfin, de trainer traint het meest werd daar ook weer bewezen. Ik heb jarenlang veel plezier gehad van de jaren dat ik naast Frederik bij dat vak betrokken was.

De NOB en de SOB zaten in die jaren aan het Leidseplein. En Frits had nog meer voor me in petto. Ik werd lid van de Raad van Tucht van de NOB. De zittingen waren op het kantoor aan het Leidseplein. Bij elke zaak was het altijd een hartelijk en warm weerzien. Frits was er helemaal in zijn element.

Het was volkomen logisch dat hij directeur van de NOB werd. Het instituut van Frits groeide en groeide. En hij wist beslag te leggen op de Muiderpoort. Dat was een heel geschikt pand. Dat had Frits heel goed gezien. En hij ging dat ook helemaal zelf inrichten. Het werd een soort clubhuis van zijn belastingadviseurs.

Frits hield niet op. Het was nodig dat ik penningmeester werd van de SOB. En zo hielden we elkaar een carrière lang een beetje in de gaten, op de meest plezierige wijze. Met een drankje na afloop bij Café de groene Olifant. Onderwijl was Frits zo nu en dan ziek en werd ook weer beter. Trots werd hij de langstlevende patiënt. En alles in een voortreffelijke stijl. Zo onderhielden we een vriendschap vanuit ons werk gedurende zo’n 40 jaren. Kostbaar, dierbaar, gezellig. 

Frits Sobels, een unieke man, de meest stijlvolle verbinder met een geweldige verbeelding. A man always at the sunny side of the street. Ik heb enorm van Frits genoten.   

Jan van Trigt

Bij de afbeelding: Frits en ik stuurden elkaar zo nu en dan een whatsapp bericht. Deze ontving ik eens van Frits