Diplomaat en gastheer in één
Roel de Wilde
Roel de Wilde
Als ik terugdenk aan mijn samenwerking met Frits Sobels, springen er meteen een paar dingen naar voren. Allereerst: Frits was de ultieme gastheer. In de twintig vijfentwintig jaar dat wij samenwerkten, viel me altijd op hoeveel aandacht hij had voor de mensen om hem heen. Hij creëerde ruimte, gaf iedereen een plek en zorgde ervoor dat mensen zich welkom voelden. Dat zag je in kleine details: hij lette erop dat iedereen elkaar leerde kennen bij bijeenkomsten, dat naamkaartjes op conferenties correct waren en hij verzorgde alles tot in de puntjes, ook bij dinertjes bij hem thuis. Daarin was hij bepalend, maar altijd met ruimte voor anderen. Dat waardeerde ik enorm in hem.
Frits was overigens niet altijd een makkelijke man. De kwaliteit die hij voor ogen had, stond bovenaan. Hij ging ver om die kwaliteit te waarborgen. En altijd stond het belang van de NOB voorop; kwaliteit en professionaliteit waren heilig. Elk cijfer, elke evaluatie werd scherp gevolgd. Afwijkingen gaven meteen aanleiding tot een gesprek: wat betekent dit en wat doen we eraan? Daarbij was hij streng, maar rechtvaardig.

Tegelijkertijd was hij een meester in onderhandelen. Dat zag ik voor het eerst bij het vaardighedenprogramma voor de SOB, dat destijds werd verzorgd door Vergouwen Overduin. Hij was nooit tevreden over de trainers, en op een gegeven moment werd ik gevraagd om in te springen. Dat viel samen met een druk gezinsleven, dus ik had mijn twijfels. Frits onderhandelde toen met alle kantoren om een doordeweekse oplossing te vinden, zodat ik alsnog kon bijdragen. Later kwam het nog tot een ethische discussie over via wie ik de trainingen zou verzorgen, waarbij Frits opnieuw de situatie zo regelde dat ik dat via mijn eigen bedrijf kon doen, zonder conflicten met de andere partij.
Frits had oog voor alles, van de aankleding van de Muiderpoort en de verhuizing van het Byzantium naar dezelfde Muiderpoort, tot het inwijdingsritueel van de NOB. Hij zorgde dat iedereen zich op zijn gemak voelde en dat de omgeving uitnodigend was.
Daarnaast viel me altijd zijn vermogen op om mensen tactisch op de juiste plek te zetten. Bij het samenstellen van het bestuur of het toewijzen van taken zorgde hij ervoor dat iedereen tevreden was, zonder dat iemand zich geschoffeerd voelde. Dat gebeurde vaak subtiel, maanden van tevoren, met een voortdurende afweging van persoonlijke kwaliteiten en groepsdynamiek.
Wat ik ook bewonderde, was de manier waarop hij condities creëerde. Bij het opstellen van strategienota’s leidde hij de eerste gesprekken met stakeholders vaak zelf. In het begin vond hij dat spannend, maar al snel zag hij zijn rol: de randvoorwaarden scheppen en anderen het vertrouwen geven hun werk goed te doen.
Frits was voor mij altijd de diplomaat en gastheer in één. Ondanks ziekte, uitval en interim-directeuren, wist hij keer op keer de energie op te brengen om door te gaan en dingen voor elkaar te krijgen. Zijn drive en betrokkenheid waren indrukwekkend.
Nog een anekdote die ik me goed herinner: hij had in het café “Het Doktertje” in Amsterdam zijn eigen kruk, met naamplaatje. Als wij daar met gasten kwamen, moest iedereen die erop zat plaatsmaken. Typisch Frits.
Als ik terugkijk, zijn dat de herinneringen die voor mij het meest typerend zijn: zijn aandacht voor mensen, zijn streven naar kwaliteit, zijn subtiele leiderschap en het vermogen om te creëren zonder te overheersen. Het is ontzettend jammer dat hij er niet meer is.