Diplomatiek, sympathiek, doortastend en pal achter zijn mensen staand
Pien Werkman en Jaap Bellingwout
Pien Werkman en Jaap Bellingwout
Jaap: Ik ben lang actief geweest binnen de NOB, onder andere bij de Commissie Wetsvoorstellen, waarvan vier jaar als secretaris, en in die hoedanigheid leerde ik ook Pien kennen. Zij werkte op het bureau van de NOB in het Byzantium, terwijl mijn kantoor Caron & Stevens (nu Baker McKenzie) zo’n 50 meter verderop lag. Ik kwam regelmatig langs bij de NOB, bijvoorbeeld om last minute de hard copy wetscommentaren van de Commissie over te dragen aan Pien of om samen met de commissie en Frits te overleggen.
Pien: Frits is van grote betekenis geweest voor mijn loopbaan. Toen ik zo’n dertig jaar geleden bij de SOB begon, had ik nauwelijks diploma’s. Frits gaf mij het vertrouwen om daar te starten en benoemde mij al snel tot leidinggevende van het bureau NOB. Dankzij dat vertrouwen heb ik mij kunnen ontwikkelen en ben ik uiteindelijk, via Frits en Jaap, bij de VU terechtgekomen, waar ik nog steeds werkzaam ben.
Jaap: Ik vond Frits echt iemand van adel. Ik wist toen nog niet dat hij ook kasteelheer was, maar hij stak boven het gemiddelde uit. Hij kon goed met iedereen omgaan en iedereen op een prettige manier de richting op bewegen die hij voor ogen had. Een echte diplomaat. Hij opende deuren, zag de kwaliteiten van mensen en kon met grote charme iedereen in de gewenste richting dirigeren. Wat mij verder bijstaat, is dat hij buitenlandse delegaties met alle egards ontving. Met zijn diplomatieke gave, hoewel hij de belastingadvieswereld vertegenwoordigde en dicht tegen de ambtelijke wereld aan bewoog, maakte hij veel vrienden. Hij was ook goed in het selecteren van de juiste mensen om zich heen.

Pien: Het is me ook bijgebleven dat hij plezier had in zijn werk en dat straalde af op de medewerkers. Het was altijd gezellig. Hij vond het werk een feestje, was altijd positief en vrolijk. Als het druk was en we moesten overwerken, trakteerde hij later op een lunch bij het Americain. Hij was trots op iedereen en liet iedereen zich goed voelen over het werk. Had je iets goed gedaan, dan hoorde je dat altijd. Zijn trots had iets vaderlijks, hij zag medewerkers graag groeien.
Pien: We deden ook samen de sollicitatiegesprekken bij het bureau. Soms hadden we zes tot acht mensen op gesprek. We spraken af dat, wanneer een van ons de indruk had dat de kandidaat niet geschikt was, we een pen lieten vallen als teken dat het gesprek kort moest worden gehouden. Dat gaf soms hilarische momenten omdat de pen soms per ongeluk viel. Achteraf konden we daar erg om lachen.
Jaap: In de door Frits prachtig ingerichte bestuurskamer in de Muiderpoort stond ook een opgezette krokodil. De krokodil kreeg standaard een aai over de bol van Frits, met een knipoog naar het zittende kabinet. Frits was goed in dit soort Britse tongue-in-cheek humor.
Frits kon als geen ander gebeurtenissen aangrijpen om een feestje te bouwen. Zo kwam hij bij een diner van de Commissie Wetsvoorstellen in de ronde zaal van de Muiderpoort met een cadeau dat hij op een van zijn geliefde antiekveilingen op de kop had getikt en van een persoonlijke inscriptie had laten voorzien vanwege mijn afrouleren als secretaris van de commissie, op de hem kenmerkende wijze vergezeld van een mooie speech. Frits had de gave om alles een gouden glans te geven – echt iemand om een standbeeld voor op te richten.
Pien: Ja, zo was Frits. Op een gegeven moment gingen zowel ik als twee andere vrouwelijke collega’s zo’n beetje tegelijkertijd trouwen. Frits verraste ons drieën met een uitnodiging voor een diner bij hem thuis, samen met onze aanstaande echtgenoten, dat hij organiseerde samen met zijn vrouw Sylvia en dat hij afsloot met een heuse bruidsstaart als dessert.
En Frits was heel diplomatiek. Zo werd er tijdens een vergadering een opmerking gemaakt over iemand die binnen een bepaald overleg lange tenen had, en dat kwam letterlijk in het verslag. We hadden dit bij de volgende vergadering op het allerlaatste moment in de gaten, waarop Frits de situatie wist te redden door aan te geven dat ik de verkeerde stukken had klaargelegd en dat ik even de juiste stukken moest gaan halen. Achteraf moesten we hier erg om lachen. Zo was Frits: altijd diplomatiek en lastige situaties ad rem oplossen met humor.
Hij was ook heel betrokken en stond achter zijn mensen. Zo herinner ik me nog een situatie met een jonge belastingadviseur die een SOB-cursus volgde in het Byzantium. Hij vroeg of hij even mocht bellen. Mobiele telefoons waren er toen nog nauwelijks. Vervolgens hing hij luidkeels aan de telefoon en deed in nogal grove bewoordingen aan een vriend uit de doeken wat hij die nacht met zijn vriendin had gedaan, in het bijzijn van een paar vrouwelijke medewerkers. Toen Frits dit hoorde, aarzelde hij geen moment. Hij liet de jongen uit de cursus halen, stuurde hem naar huis, stelde een partner van diens kantoor op de hoogte en eiste dat de jonge belastingadviseur persoonlijk zijn excuses zou komen aanbieden aan de medewerksters van de SOB. Je kunt je voorstellen hoe die jongen het kantoor binnenkwam: met een bos bloemen in de hand, aangestaard door tien vrouwen. Frits bleef zelf op zijn kamer, liet het aan ons over, maar wilde daarna onmiddellijk verslag. Zo maakte hij van een vervelende situatie een goed en rechtvaardig verhaal. Kenmerkend voor Frits: duidelijk, doortastend en pal achter zijn mensen staand.