Voor Frits, altijd enthousiast, nieuwgierig en levenslustig

Robert Trijsburg

Ik ontmoette je in maart 1988 op de inspectie Vennootschapsbelasting te ‘s-Gravenhage. Als adjunct-inspecteur in tijdelijke dienst voor onbepaalde tijd volgde ik de drie jarige opleiding van het Opleidingsinstituut Financiën. Jij werkte daar al enige tijd.

Esprit de corps, trouw aan de mensen waarmee je werkt

Iedere ochtend kwam jij met een aantal collega’s op een kamer bij elkaar om vol vuur en met krachtig stemgeluid te discussiëren. Deze kamer stond al snel blauw van de sigarenrook en na afloop rende iedereen naar zijn kamer om te gaan bellen. Pas later begreep ik dat de beurskoersen waren doorgenomen en aandelenportefeuilles werden herschikt. Het fiscaaltechnische werk had niet echt jouw belangstelling. Jouw enthousiasme in het werk ging uit naar onderlinge verbondenheid, loyaliteit en kennisdeling. Voor mij was jij de personificatie van het esprit de corps, trouw aan de mensen waarmee je werkt, die veelal ook vrienden werden. Qua kleding was je al een heer van stand, gedistingeerd in een keurig pak van conservatieve snit.

Stichting Opleiding Belastingadviseurs

In 1990 solliciteerde je naar de functie van directeur van de Stichting Opleiding Belastingadviseurs. Dat was in die tijd de gebruikelijke gang van zaken. Het verloop van inspecteurs met enige anciënniteit was groot. Wat jouw sollicitatie bijzonder maakte, was dat je de ziekte van Kahler had. Je was hierover volstrekt open en … je werd aangenomen. Je was, zo leert ons de geschiedenis, de juiste man op de juiste plek.

Witte broodjes met kalfskroketten en mosterd

Voortvarend ging je met een klein team van medewerksters aan de slag en ontwikkelde een driejarige training voor aspirant NOB-leden. Je streefde naar kwaliteit, zowel inhoudelijk als qua docenten. In 1993 benaderde je mij als docent om de voorlichting over de belastingdienst vorm te geven. Een cursus van een dagdeel met een inspecteur en een ontvanger, in twee zalen van het American Hotel. De cursus begon met een lunch, witte broodjes met kalfskroketten en mosterd, bij Café Américain, het klassieke grand café dat al in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw een ontmoetingsplek was voor kunstminnend Amsterdam. Niet onvermeld mag worden dat de jaarlijkse evaluatie van de cursus uit drie onderdelen bestond. Een vergadering in de Muiderpoort, aansluitend een diner en ten slotte een bezoek aan café “Het Doktertje”.

Het Doktertje, met een oppervlakte van nauwelijks 18 vierkante meter, was jouw “stamkroeg”. Gesticht op 2 september 1798 door een chirurgijn van het toenmalig Binnengasthuis en vanaf die tijd uitgebaat door de familie Beems. Frits had een goede band met Jan Beems, de zesde generatie die dit café, waar de tijd stil leek te staan, exploiteerde. Bij binnenkomst attendeerde Frits heel subtiel dat hij in gezelschap van mensen van de Belastingdienst was. Na het eerste drankje kwam de uitbater altijd even informeren op welke wijze de overdracht van zijn café aan de volgende generatie Beems fiscaal moest worden vormgeven. Zoals Jan Beems het uitdrukte: “de oplossingen van mijn boekhouder kosten alleen maar geld”. Dit ritueel voltrok zich jaarlijks, net zoals het oppoetsen van jouw koperen naamplaatje dat iedere graag geziene stamgast onder de toog had.

Frits, bedankt voor jouw vertrouwen en vriendschap.