De fiscale blik van Sijbren Cnossen

Sijbren Cnossen (1936) is emeritus hoogleraar belastingrecht aan de Erasmus School of Economics en emeritus hoogleraar economie aan de universiteiten van Maastricht en Pretoria. Hij adviseerde meer dan dertig landen over belastingstelsels namens onder meer het IMF, de Wereldbank en de OESO en publiceerde uitgebreid over de economie van belastingen. In 2024 ontving hij een eredoctoraat van de Universiteit van Pretoria. Hij is ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Recent werd hem de Hofstra‑penning toegekend.

Hoe zag, in vogelvlucht, uw carrière eruit?

Ik ben een student van de Rijksbelastingacademie. Na mijn afstuderen ben ik in militaire dienst gegaan om vervolgens aan de slag te gaan als adjunct-inspecteur van ’s Rijksbelastingen en vervolgens als inspecteur aan het ministerie van Financiën.

Het IMF zocht in die tijd mensen met kennis van belastingen. Daar heb ik op gesolliciteerd. Dat was de beste tijd van mijn leven. Ik heb elf jaar in Washington gewoond, waar al mijn kinderen zijn geboren. Het was een hele mooie tijd, waarin ik zo’n beetje de hele wereld heb gezien. Daarna kwam er een plek vrij als hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Ik heb daar met succes op gesolliciteerd en was van 1977 tot 2001 aan de EUR verbonden.

Na mijn emeritaat heb ik nog van alles gedaan. Ik ben lange tijd hoogleraar geweest in Pretoria, Zuid-Afrika. Ook heb ik een jaar aan Harvard gedoceerd, aan New York University en aan de University of Florida. Eigenlijk heb ik alleen maar leuke dingen gedaan. En nog steeds.

De kennisoverdracht in Nederland is uitstekend georganiseerd, maar ik zou meer aandacht willen vragen voor het bijbrengen van kennisinzicht

Waar werkt u op dit moment dan aan?

Op dit moment ben ik bezig met de redactie van een boek met de titel Building Tax Capacity in Africa, ter ere van een hoogleraar aan de University of Pretoria. Daar lever ik, samen met een aantal anderen, een bijdrage aan. We proberen zowel het Afrikaanse als het Europese/Amerikaanse perspectief te belichten. Oxford University Press zal het boek uitgeven.

Wat was het onderwerp van uw oratie bij uw benoeming tot hoogleraar? En is dat nog steeds actueel?

Mijn oratie ging over belasting op consumptie, maar dan consumptie in zijn totaliteit gezien. Dat onderwerp interesseert mij nog steeds. Men kan kiezen voor inkomen of voor consumptie als brede heffingsgrondslag voor de belastingheffing. Consumptie krijgt relatief weinig aandacht, omdat we natuurlijk al btw heffen. Het wezenlijke verschil tussen een consumptiebelasting en een inkomstenbelasting is dat bij een consumptiebelasting het normale rendement op vermogen niet wordt belast, terwijl dat bij de inkomstenbelasting wel gebeurt. Het bovennormale rendement – superwinsten et cetera – wordt daarentegen ook belast onder een consumptiebelasting.

Dat soort dwarsverbanden vind ik interessant. Wat wil je eigenlijk belasten: wat mensen bijdragen aan de maatschappelijke ‘dis’, of wat zij daarvan afhalen?

U bent genomineerd voor de Hofstra-penning. Wat betekent dat voor u?

Wat ik het meest bijzondere vind, is dat ik in mijn tijd bij het IMF nog samen met Hofstra in Indonesië heb gewerkt. Ik was daar, namens het IMF, adviseur van de minister van Financiën. En nu krijg ik deze penning. Dat vind ik heel speciaal. Ik kijk uit naar de uitreiking.

Wat vindt u de meest interessante belasting?

Ik vind veel belastingen interessant. Accijnzen bijvoorbeeld: dat is wat mij betreft een boeiende belasting. Ook de btw boeit mij, juist omdat dat eigenlijk de enige echt neutrale belasting is die we kennen. De vennootschapsbelasting vind ik eveneens interessant. Eigenlijk kan ik nauwelijks kiezen, want veel van wat ik tegenkom vind ik boeiend. Denk bijvoorbeeld aan de maatschappelijke kosten van bepaalde vormen van consumptie: die zou je willen belasten, maar dat doen we onvoldoende.

Wat zijn uw wapenfeiten – u heeft inmiddels een enorme lijst aan publicaties – waar bent u het meest trots op of waar kijkt u met een goed gevoel op terug?

Een wapenfeit waar ik met plezier op terugkijk, is mijn voorstel om de grenzen voor de btw af te schaffen door export te belasten en tax credits te geven bij import in samenhang met de betaling van de btw op export aan het land van import. Dat heb ik in 1993 voor het eerst voorgesteld op een conferentie in Australië. De Europese Commissie heeft dat idee later overgenomen. Dat was toen iets geheel nieuws. Verder heb ik ooit op verzoek van de directeur-generaal van de Europese Commissie, Michel Aujean, een notitie geschreven over de IRAP, een Italiaanse heffing over de toegevoegde waarde volgens de optel methode. Ik toonde aan dat de heffing geen btw was en niet in strijd met de gemeenschappelijke btw-richtlijn zoals de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie betoogde. Als de heffing onwettig zou zijn verklaard had de Italiaanse overheid enkele miljarden euro’s moeten restitueren. De notitie is indertijd in EU Tax Review gepubliceerd. Een leuk ‘wapenfeit’ is ook de toekenning van een eredoctoraat aan een Indonesische geleerde en minister, Sumitro Djojohadikusumo, ter gelegenheid van 50 jaar Indonesische onafhankelijkheid.

In 2019 publiceerde u samen met Bas Jacobs Ontwerp voor een beter belastingstelsel. Ziet u de ideeën uit dat boek terug in de praktijk?

Mij is gezegd dat dit boek op elk bureau bij het Ministerie van Financiën ligt. Of dat zo is, weet ik niet. Wij hoopten vooral het debat te verrijken. Vaak wordt vergeten dat belastingen ook hoge maatschappelijke kosten met zich meebrengen in de vorm van verstoringen van het economische handelen.

Die verstoringen betekenen dat mensen zich vanwege belastingen anders gaan gedragen dan zij zonder belastingen zouden doen. Een duidelijk voorbeeld zijn de vrijstellingen in de btw die zouden moeten worden afgeschaft..

Hoe kijkt u aan tegen het box 3-dossier?

Ik ben altijd al tegen box 3 geweest, al sinds 2000. We hadden toen een vermogenswinstbelasting moeten invoeren, of een vermogensaanwasbelasting, maar dat wilde een deel van de politiek niet. Men koos ervoor om een vermogensrendementsheffing in te voeren. Na de recessie van 2008 heeft men daar spijt van gekregen.

In het boek Vermogensrendementsheffing: vondst of miskleun? dat in 2000 werd gepubliceerd zijn verschillende voorstellen gedaan, waarbij alternatieven voor de belasting van kapitaalinkomen en bezwaren tegen de rendementsheffing zijn uitgewerkt. Daarnaast is een brief aan de Tweede Kamer gestuurd, ondertekend door bijna alle hoogleraren belastingrecht en openbare financiën. Daarin hebben wij benadrukt dat wij de vermogensrendementsheffing niet op voorhand veroordeelden, maar wel hebben vastgesteld dat alternatieven nooit serieus zijn onderzocht.

Welk belangrijk inzicht heeft u in de loop van uw carrière opgedaan over de werking van belastingsystemen, en met name de btw?

Ik ben in veel landen betrokken geweest bij de invoering van de btw. Vaak heb ik verwezen naar de Nieuw-Zeelandse variant. Daar hebben ze twee jaar lang de Europese btw bestudeerd en geconcludeerd dat het anders moest. Het resultaat is het mooiste btw-stelsel dat er is: één tarief, geen vrijstellingen, iedereen belast, ook de overheid.

Ook Zuid-Afrika heeft een goed btw-stelsel, sterk geïnspireerd op Nieuw-Zeeland. In Afrika hebben vrijwel alle landen de btw ingevoerd naar Europees voorbeeld, afhankelijk van hun koloniale verleden. Behalve de landen in de Zuid-Afrikaanse douane-unie: die hebben het Nieuw-Zeelandse model overgenomen.

Wat heeft u het meest verbaasd gedurende uw loopbaan?

De kennisoverdracht in Nederland is uitstekend georganiseerd, maar ik zou meer aandacht willen vragen voor het bijbrengen van kennisinzicht. Wij denken vaak dat we begrijpen wat er staat, maar het effect van een belasting kan totaal anders zijn dan bedoeld. Daar is mijns inziens te weinig aandacht voor.

Wat wilt u jonge fiscalisten meegeven?

Ik zou al aan het begin van de studie de basisprincipes, vooral de afweging tussen rechtvaardigheid en efficiency, willen meegeven en laten zien hoe zij zich tot elkaar verhouden. Ik wens hun vooral een goede kennis toe van de economische effecten van belastingen die kan bijdragen aan een goede vormgeving daarvan.


Als u geen fiscalist was geworden, wat dan? Ik wilde eigenlijk wiskunde studeren of naar de Landbouwhogeschool in Wageningen. Mijn vader zag mij graag in het boerenbedrijf, maar het hoofd van de lagere school vond dat ik moest doorleren. In 1953 was een vervolgopleiding niet vanzelfsprekend.

Wat zijn uw hobby’s? Ik schaak graag, ik fiets veel en ik lees veel. Iedere week fiets ik minstens dertig kilometer om mijn dochters in Rotterdam te bezoeken. En ik werk graag.

Waar zou u nog een boek over willen schrijven? Misschien nog een boek over fiscaal beleid, over het hele belastingstelsel. Ik ken weinig hoogleraren die zich ook buiten hun specialisatie echt goed in andere belastingen verdiepen. Maar eerst moet Building Tax Capacity in Africa af. In vrijwel alle Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara wordt 15% of minder van het nationaal inkomen via belastingen geïnd. Dat is te weinig. Er is daar een beter belastingstelsel nodig. Daarover gaat dit boek: bouwstenen voor een stelsel dat in Afrikaanse landen meer opbrengt dan nu het geval is. Ter vergelijking: Zuid‑Afrika haalt al circa 25% op. Dat moet ook in andere Afrikaanse landen kunnen..

Welk boek leest u momenteel? De wisselwachter van Geert Mak. Een dikke pil, maar interessant.

Wat is uw guilty pleasure? Met mate, maar wel elke dag minstens één glaasje korenwijn – uit de vriezer.