Aandachtspunten voorgestelde ‘regeling wijziging loonbelasting’

Reactie op de internetconsultatie ‘regeling wijziging loonbelasting’.

De NOB heeft in haar reactie op de internetconsultatie Regeling wijziging loonbelasting aandacht gevraagd voor een zorgvuldige, systematische en transparante inpassing van de voorgestelde wijzigingen in het bestaande stelsel van de loonbelasting en aanpalende regelgeving. In dat kader heeft de NOB de volgende aandachtspunten naar voren gebracht.

1.    Eindheffing eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA

Allereerst benadrukt de NOB dat de loonbelasting in beginsel fungeert als voorheffing op de inkomstenbelasting, waarbij de heffing bij de werknemer plaatsvindt en het draagkrachtbeginsel centraal staat. De voorgestelde aanwijzing van de eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA als eindheffingsbestanddeel vormt een afwijking van deze hoofdregel. De NOB heeft daarom verzocht om in de toelichting expliciet inzicht te geven in de afweging die aan deze keuze ten grondslag ligt en in de reden waarom de gevolgen van eindheffing voor de fiscale en sociale‑zekerheidsgrondslagen van de werknemer aanvaardbaar worden geacht.

2.    Afbakening artikel 31 Wet LB 1964 (onderdelen b en c)

In dit kader heeft de NOB specifiek gewezen op de afbakening binnen artikel 31, lid 1, Wet LB 1964. De voorgestelde regeling sluit aan bij onderdeel c (uitkeringen van publiekrechtelijke aard), terwijl de NOB vragen stelt bij de keuze om de regeling niet onder onderdeel b (tijdelijke knelpunten van ernstige aard) te brengen. De NOB heeft verzocht om nadere toelichting op de criteria die bepalend zijn geweest voor deze kwalificatie en op de wijze waarop deze keuze zich verhoudt tot de wetsgeschiedenis en de systematiek van artikel 31 Wet LB 1964, temeer nu de vergoedingen hun oorsprong vinden in correcties van fouten door een publiekrechtelijk orgaan.

Verder heeft de NOB aandacht gevraagd voor de mogelijke sectorafhankelijkheid bij toepassing van eindheffing. Indien voor vergelijkbare correcties in de marktsector geen eindheffingsmogelijkheid bestaat, acht de NOB het noodzakelijk dat in de toelichting expliciet wordt ingegaan op de rechtvaardiging van dit onderscheid. Juist gezien het uitzonderingskarakter van eindheffing en de brede gevolgen daarvan, is een consistente en goed gemotiveerde afbakening van groot belang.

3.    Aanpassing samenvoegbepaling – gevolgen voor werknemers c.q. belastingplichtigen en inhoudingsplichtigen

In dit kader heeft de NOB specifiek gewezen op de afbakening binnen artikel 31, lid 1, Wet LB 1964. De voorgestelde regeling sluit aan bij onderdeel c (uitkeringen van publiekrechtelijke aard), terwijl de NOB om verduidelijking verzoekt van de afweging waarom toepassing van onderdeel b (tijdelijke knelpunten van ernstige aard) niet aan de orde is. Daarbij vraagt de NOB om inzicht in de criteria die doorslaggevend zijn geweest voor deze keuze en hoe deze zich verhoudt tot de wetsgeschiedenis en systematiek van artikel 31 Wet LB 1964, mede gelet op het feit dat de vergoedingen voortvloeien uit correcties van fouten door een publiekrechtelijk orgaan.

Daarnaast heeft de NOB aandacht gevraagd voor de mogelijke sectorafhankelijkheid bij toepassing van eindheffing en verzoekt zij om een expliciete rechtvaardiging indien voor vergelijkbare correcties in de marktsector geen eindheffingsmogelijkheid bestaat.

4.    Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990

Tot slot spreekt de NOB waardering uit voor de voorgestelde verduidelijking van de Regeling loonbelasting  en premietabellen 1990, omdat deze bijdraagt aan een betere aansluiting bij de Wet LB 1964 en aan het voorkomen van onnodige complexiteit en interpretatieverschillen. In dat verband heeft de NOB tevens gewezen op het belang van consistente terminologie binnen de loonbelastingwetgeving.


Onze volledige reactie kun je hieronder downloaden.

Deze reactie is tot stand gebracht door de Commissie Wetsvoorstellen, bestaande uit de NOB-leden Arco Bobeldijk (voorzitter), Matthijs Broekhuizen, Sebastiaan de Buck, Bart van der Burgt, Marcel Buur, Wiebe Dijkstra, Jeroen Elink Schuurman, Gerbrand Hidding, Martijn Jonkers, Ben Kiekebeld, Corina van Lindonk, Shanna van den Maagdenberg, Madeleine Merkx, Jan Nieuwenhuizen, Evert-Jan Spoelder, Jeroen van Strien, Max Velthoven, Edwin Visser, Luc van der Voort, Mirjam Wesselink, David van Wordragen, Susan Adriaans (secretaris wetgeving), Erika van Leeuwen (secretaris wetgeving) en Ruben van der Wilt (secretaris wetsuitvoering), en de NOB-leden Touria El Ouardi (voorzitter) en Ton Mertens van de sectie Loonbelasting & Sociale Verzekeringen.

Gerelateerd