Uitspraak Raad van Tucht 3 november 2025 (T 429)
Uitspraak Raad van Tucht 3 november 2025 (T 429). Er is geen beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
Voorzitter: mr. D.A. Verburg
Lid: mr. P.E. Halprin
Extern lid: mr. V.F.R. Woeltjes
Griffier: mr. R. Wijkstra
- Verweerder heeft pas op 31 januari 2025 in de middag aan klaagster gemeld dat hij geen toegang had tot de informatie om de aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal 2024 te doen. Daarmee schiet verweerder tekort in wat van een redelijk handelend belastingadviseur mag worden verwacht.
- Verweerder had de opdracht tot het doen van de aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2024 formeel moeten teruggegeven aan klaagster. Dat zij dat niet heeft gedaan, is toch niet tuchtrechtelijk laakbaar. Voor klaagster moet het duidelijk zijn geweest dat verweerder deze aangifte niet zou doen zonder toegang tot haar boekhoudsysteem.
- De Raad van Tucht legt een schriftelijke waarschuwing op.
Gewezen op de klacht van A B.V. gevestigd te Z, hierna te noemen klaagster,
tegen
B, lid van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) en werkzaam voor C B.V. gevestigd te Z, hierna te noemen verweerder.
De klacht tegen verweerder is bij de Raad van Tucht binnengekomen op 29 mei 2025. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Van de zitting op 3 oktober 2025 is een proces-verbaal opgemaakt, dat tegelijk met deze uitspraak wordt verzonden.
2.1. Gelet op wat partijen schriftelijk en mondeling naar voren hebben gebracht, merkt de Raad van Tucht voor dit geding de volgende feiten en omstandigheden als vaststaand aan.
2.2. Klaagster en verweerder hebben een overeenkomst gesloten voor onder andere het verzorgen van de aangiftes omzetbelasting voor het jaar 2024.
2.3. In het dossier zit een e-mail van klaagster gericht aan verweerder van 27 december 2024, 16:12 uur. De e-mail vermeldt onder meer:
“The 4. VAT return will be due shortly, and I would like to provide you with some information.
1. We will post the receipts in SevDesk by 10.01.2025, so you are welcome to start the VAT return afterwards. Is that a suitable timeframe? (…).”
2.4. Verweerder reageert op 31 januari 2025, om 13:24 uur op de in 2.3 genoemde e-mail van klaagster. De reactie vermeldt:
“I have been trying to get access Sevdesk for many days now, password reset does not work today, apparently my access is revoked.”
2.5. Op 6 februari 2025, om 19:34 uur stuurt klaagster per e-mail een Excel-bestand aan verweerder. De e-mail vermeldt onder meer:
“find enclosed the CSV overview of the outgoing and incoming invoices for the 4th VAT return (…).”
2.6. Op 11 februari 2025, om 15:38 uur stuurt verweerder een e-mail aan klaagster waarin onder meer staat:
“Many thanks for sending me the excel overview with sales and purchases of Q4 2024, which I, for the record, received too late to file in time.
I have been trying to call you a couple of times, but without any result. As mentioned many times before, and as part of the agreed terms and conditions, we can and will only submit such tax return if we have access to the bookkeeping.
(…)
Given the text above, I urge you to give me full access to the bookkeeping again within 7 days, so I can check the entries made (and/or amended), in order for us to have a full picture of the bookkeeping, not just for the Q4, but also for the annual VAT wrap up to align the VAT paid with what is due. I do honestly not understand why my access was cancelled.”
3. Klaagster verwijt verweerder dat hij de aangifte omzetbelasting voor het vierde kwartaal van 2024 niet heeft gedaan terwijl hij daartoe contractueel verplicht was en daarvoor al wel betaald is. Klaagster klaagt ook over de communicatie gedurende de samenwerking. Deze verliep moeilijk en verweerder reageerde vaak pas na lange vertraging. Dit was ook het geval bij de aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2024.
4.1. Verweerder verweert zich – kort samengevat – als volgt tegen de klacht.
4.2. Tussen klaagster en verweerder was overeengekomen dat verweerder zou kunnen inloggen in de boekhouding van klaagster. Dit was een harde eis van verweerder. Bij het opstellen van de aangifte over het vierde kwartaal 2024 kon verweerder niet meer inloggen in de boekhouding, terwijl dit in de voorgaande kwartalen wel steeds mogelijk was. Het is voor verweerder geen optie om de aangifte in te vullen aan de hand van de door klaagster toegestuurde Excel-bestanden omdat verweerder uit de rechtspraak genoeg voorbeelden kent waarin dat verkeerd afliep. Dit geldt voor hem nog meer nadat hij van klaagster had begrepen dat zij een constructie wilde opzetten om geen omzetbelasting te hoeven afdragen, terwijl die constructie volgens hem niet toelaatbaar is.
5.1. De Raad van Tucht is van oordeel dat verweerder tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld en motiveert dit als volgt.
5.2. Verweerder ontving op 27 december 2024 een e-mail van klaagster met daarin de mededeling dat de stukken voor de aangifte omzetbelasting voor het vierde kwartaal 2024 op 10 januari 2025 klaar zouden staan in het boekhoudsysteem. Verweerder heeft verklaard dat hij op 10 januari 2025 geprobeerd heeft in te loggen, maar dat dit niet lukte. Ook in de dagen daarna heeft verweerder zonder succes geprobeerd in te loggen in het boekhoudsysteem.
5.3. Verweerder heeft pas voor het eerst op 31 januari 2025 om 13:24 uur gemeld bij klaagster dat hij niet kon inloggen in het boekhoudsysteem en dat hij niet bij de stukken kon om de aangifte omzetbelasting voor te bereiden. Op de zitting heeft verweerder hierover verklaard dat hij deze melding aan klaagster zo laat had gedaan omdat hij ‘druk was met andere zaken’.
5.4. De Raad van Tucht oordeelt dat verweerder klaagster veel te lang in het ongewisse heeft gelaten over het doen van de aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2024. De Raad van Tucht rekent het verweerder aan dat hij tot de middag van 31 januari 2025 heeft gewacht met zijn melding aan klaagster. Door met de melding te wachten tot de laatste dag waarop de aangifte omzetbelasting tijdig kan worden ingediend, schiet verweerder tekort in wat van een redelijk handelend belastingadviseur mag worden verwacht. Van klaagster kan immers niet worden verwacht dat zij op die korte termijn (in feite: een halve werkdag) nog tijdig de informatie voor de aangifte kan aanleveren via de toegang tot haar boekhoudsysteem. Daar komt bij dat klaagster een eventuele betaling van omzetbelasting ook die dag nog over had moeten maken aan de belastingdienst.
5.5. Verweerder heeft uiteindelijk geen aangifte omzetbelasting gedaan voor het vierde kwartaal 2024. In dit verband heeft verweerder verklaard dat bij het aangaan van de overeenkomst met klaagster is afgesproken dat toegang tot het boekhoudsysteem een harde eis was voor verweerder om de aangiftes te kunnen doen. Dat deze afspraak is gemaakt, is aannemelijk aangezien klaagster op de zitting heeft verklaard dat verweerder bij het doen van de aangiftes voor de eerste drie kwartalen nog wel toegang had tot haar boekhoudsysteem. Dit volgt ook uit de e-mail van 11 februari 2025 waarin verweerder aan klaagster verzoekt om hem opnieuw toegang te verlenen tot het boekhoudsysteem in verband met de aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2024. Klaagster heeft deze toegang niet (opnieuw) gegeven aan verweerder, terwijl voor klaagster duidelijk moet zijn geweest dat verweerder de aangifte zonder deze toegang niet zou kunnen doen. Nadat voor verweerder duidelijk werd dat klaagster de toegang tot haar boekhoudsysteem niet meer zou verstrekken, had verweerder de opdracht tot het doen van de aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2024 eigenlijk formeel moeten teruggeven aan klaagster. Dat verweerder deze opdracht niet heeft teruggegeven, is echter geen tuchtrechtelijk laakbare handeling of nalatigheid. Gelet op de correspondentie vanaf 31 januari 2025 tussen klaagster en verweerder moet klaagster ook zonder zo’n formele beëindiging duidelijk zijn geweest dat verweerder die aangifte niet zou doen zonder toegang tot haar boekhoudsysteem.
Op te leggen maatregel
5.6. Omdat de klacht gedeeltelijk gegrond is, is een tuchtrechtelijke maatregel op zijn plaats. Verweerder had moeten begrijpen dat hij eerder contact op moest nemen met klaagster om te melden dat hij geen toegang meer had tot het boekhoudsysteem in plaats van daarmee te wachten tot de laatste dag waarop de aangifte omzetbelasting kon worden ingediend. Dat verweerder de aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal uiteindelijk niet heeft gedaan, is omdat zijn toegang tot het boekhoudsysteem is geblokkeerd, terwijl duidelijk was dat deze toegang voor hem een voorwaarde was om de aangifte te kunnen doen. De Raad van Tucht volstaat daarom met een schriftelijke waarschuwing.
De Raad van Tucht verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt een schriftelijke waarschuwing op.
De beslissing is genomen door mr. D.A. Verburg, mr. P.E. Halprin en mr. V.F.R. Woeltjes, respectievelijk voorzitter, lid en extern lid van de door de voorzitter van de Raad van Tucht voor de behandeling van deze klacht samengestelde Kamer, op 3 oktober 2025 in aanwezigheid van mr. R. Wijkstra als griffier.
De schriftelijke weergave van de beslissing ‑ dat wil zeggen de uitspraak als bedoeld in het Reglement Tuchtzaken ‑ is door voorzitter en griffier ondertekend op 3 november 2025.