Vijf vragen aan de genomineerden van de Stevensprijs 2025
Op 6 februari werd de Stevensprijs uitgereikt. Lex van Heijningen (KPMG Meijburg & Co) kwam als winnaar uit de bus. Samen met Fleur den Ouden (Erasmus Universiteit) en Romano Graves (KPMG Meijburg & Co) stond hij in de spotlight. We spraken met alle drie over hun werk, hun publicaties en wat de nominatie voor hen betekent.
Wie zijn jullie, waar en wat hebben jullie gestudeerd, en waarom kozen jullie voor die richting?
Lex: Ik ben Lex, 31 jaar, en heb in Leiden gestudeerd: zowel Bachelor als Master Fiscaal Recht. Ik begon ooit aan natuurkunde (ook in Leiden), maar de wiskunde was voor mij toch iets te lastig. Door enkele toevalligheden uiteindelijk overgestapt naar de studie Fiscaal Recht.
Romano: Ik ben Romano, 27 jaar, en heb in Nijmegen de bachelor Rechtsgeleerdheid en de master Fiscaal Recht gedaan. Mijn eerste idee was Staats- en Bestuursrecht of Ondernemingsrecht. Omdat ik uit Suriname kwam, golden voor mijn studiefinanciering andere regels. Zodoende moest ik een richting kiezen die buiten Nederlands recht viel. In Nijmegen kwam dat neer op twee opties: Europees recht of fiscaal recht. Europees recht lag me niet, dus werd het fiscaal recht. Het was er even inkomen, maar hoe meer ik erin zat, hoe leuker ik het vond en nu kan ik me geen leuker rechtsgebied voorstellen.
Fleur: Ik ben Fleur, 29 jaar, en ik heb in Nijmegen gestudeerd: de bachelor Rechtsgeleerdheid en de master Strafrecht en Fiscaal Recht. Vanaf het begin vond ik mijn studie heel interessant, vooral het strafrecht sprak me in eerste instantie aan. Die master heb ik daarom als eerste afgerond. Tijdens mijn werk als buitengriffier bij de rechtbank, bij het team belastingrecht, ontdekte ik het fiscale recht. Dat bleek veel dynamischer en uitdagender dan ik had verwacht. Later, bij de colleges fiscaal strafrecht, kwamen deze twee rechtsgebieden voor mij samen. Daarom heb ik daarna ook bewust de master Fiscaal Recht gevolgd.

Kunnen jullie iets vertellen over de publicaties die jullie hebben geschreven?
Lex: Vaak begint een artikel voor mij bij een vraag of een punt waar ik in de praktijk of literatuur tegenaan loop: iets waarvan ik wil weten hoe het precies zit. Ik start dan gewoon met schrijven, zonder vooraf uitgewerkte structuur, en tijdens het schrijven ontstaat het geheel. Soms loopt het uit de hand en moet ik later flink inkorten, maar die open manier van werken past bij me. Inhoudelijk bevind ik me meestal binnen de directe belastingen, vaak bij ondernemingen, al heb ik geen vast thema. Het kan gaan om iets uit de praktijk, maar net zo goed om een buitenlandse bron waarvan ik denk dat die eens in een Nederlandse context moet worden bekeken. Uiteindelijk draait het altijd om hetzelfde: het willen begrijpen van de kern van een vraagstuk.
Romano: Bij mij werkt het precies andersom. Voor ik begin, maak ik een plan van aanpak en een schema, omdat ik anders onderweg alle kanten op schiet. Meestal is er iets dat me bezighoudt: een arrest, een discussiepunt, een passage waar ik het niet mee eens ben. Dan beschrijf ik hoe je er óók naar kunt kijken. Het schrijven helpt mij om mijn gedachten te ordenen en soms beschouw ik het schrijven simpelweg als een manier om mijn hart te luchten. Veel van mijn publicaties gaan over het fiscale procesrecht, omdat dat jarenlang mijn dagelijkse praktijk was bij de rechtspraak. Soms schrijf ik ook over andere onderwerpen, zoals toen ik diep in de BPM zat en op een arrest stuitte dat naar mijn idee schuurt met artikel 110 VWEU.
Fleur: Mijn eerste publicatie komt voort uit mijn scriptie. Ik vond het schrijven van mijn scriptie zo leuk, dat ik besloot om deze scriptie na mijn afstuderen te bewerken tot een artikel. Tijdens mijn tijd bij het OM schreef ik vooral over fiscaalstrafrechtelijke onderwerpen. Nu, op de universiteit, schrijf ik vooral over onderwerpen die raken aan mijn promotieonderzoek. Dat heeft twee functies: ik laat de praktijk zien waar ik mee bezig ben, en het helpt mijn onderzoek vooruit, omdat reacties uit het veld vaak nieuwe inzichten bieden. Dat maakt het publiceren voor mij extra waardevol.
Welke onderwerpen komen in jullie publicaties geregeld terug, en wat spreekt jullie daarin aan?
Fleur: Eerder hield ik me vooral bezig met het fiscale strafrecht, wat een logische aansluiting was op mijn werk bij het OM. De laatste jaren richt ik me vooral op het formele belastingrecht. Mijn promotieonderzoek gaat over het concept van de goede procesorde Dat begrip duikt in vrijwel alle rechtsgebieden op en ontwikkelt zich voortdurend in de rechtspraak. Maar tot op heden bestaat er nog steeds weinig overeenstemming over de inhoud en de bruikbaarheid van deze term. Juist dat maakt het voor mij interessant om erover te schrijven en er in mijn onderzoek steeds dieper in te duiken.
Romano: In het begin concentreerde ik me vooral op het fiscale procesrecht, met name op de wisselwerking tussen de Awb en de AWR. Dat vond ik aantrekkelijk omdat ‘t het hele belastingrecht raakt; je blijft breed kijken. De laatste tijd richt ik me juist meer op formeelrechtelijke bepalingen binnen de materiële wetten, zoals de inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting. Dat nichegebied past bij mijn behoefte om me echt vast te bijten in details. Bovendien vind ik het leuk om die formeelrechtelijke puzzels toegankelijk te maken voor collega’s die vooral met de materiële wetgeving werken.
Lex: Mijn onderwerpen zijn vrij divers, maar de laatste tijd schrijf ik veel over dividendbelasting. Dat komt door de bijzondere vraagstukken die zich daar voordoen. Met name vind ik het interessant hoe je eventueel om zou kunnen gaan met situaties waarvoor nog geen duidelijk antwoorden bestaan. Wat het onderwerp extra aantrekkelijk maakt, voor mij dan, is dat het een eigenlijk een oude heffing is. Wie erin duikt, komt automatisch in aanraking met de ontstaansgeschiedenis: oude beroepspraktijken, structuren en rechtspraak. Die historische laag past precies bij mijn nieuwsgierigheid.
Wat betekent deze nominatie voor jullie?
Fleur: Voor mij voelt het echt als erkenning. Soms hoor je na een publicatie wekenlang niets en vraag je je af of mensen het überhaupt lezen. Deze nominatie laat zien dat het wel degelijk wordt gezien. En ik vind het gewoon heel leuk dat we dit met z’n drieën meemaken. Het geeft echt een boost.
Romano: Ik grap wel eens dat mijn artikelen nauwelijks gelezen worden. Een keer werd ik tijdens een symposium geïntroduceerd als degene die het over een zeer saai onderwerp zou gaan hebben, dat was nu net het onderwerp waarover mijn toen meest recente publicatie ging. Juist daarom voelt deze nominatie als een grote eer. Het geeft me vertrouwen dat ik op de goede weg ben. En natuurlijk legt zo’n nominatie de lat hoger, maar ik merk dat dat juist motiverend werkt.
Lex: Voor mij is het vooral bevestiging dat mijn werk wordt gelezen en serieus genomen. Je krijgt niet vaak uitgebreide reacties op een artikel, dus soms weet je niet of het echt landt. Deze nominatie voelt als waardering, en dat is mooi.
Wat zouden jullie studenten willen meegeven die overwegen een fiscale studie te kiezen?
Lex: Een misverstand dat hardnekkig blijft, is dat je uitstekend moet kunnen rekenen om fiscaal recht te studeren. Dat is niet zo; gewoon kunnen rekenen is meer dan voldoende. Het belangrijkste is de dynamiek van het vak. Fiscale wetten veranderen voortdurend en elke wijziging roept nieuwe vragen op. Juist in dat grijze gebied waar de antwoorden niet voor het oprapen liggen, komt het vak tot leven. Wie van voortdurende ontwikkeling en intellectuele uitdaging houdt, kan zich hier echt uitleven.
Romano: Ik zou studenten willen meegeven dat de fiscaliteit veel breder is dan vaak wordt gedacht. Je raakt civiel recht, staatsrecht, strafrecht: het hele spectrum komt voorbij. Het loont ook om goed te kijken welke universiteit welk accent legt, want de verschillen zijn groot. Daarnaast is er altijd werk voor ons fiscalisten; ik heb me sinds mijn afstuderen nooit zorgen hoeven maken over een baan. Tot slot vind ik het belangrijk dat studenten zich realiseren dat integriteit centraal staat: je moet doen wat juist is, ook wanneer niemand meekijkt.
Fleur: Mijn advies zou zijn: kies wat je leuk vindt. Je carrière laat zich volgens mij maar beperkt plannen; veel kansen ontstaan gaandeweg. Wie voor fiscaal recht kiest, legt zich bovendien niet vast op één bepaald beroep of bepaalde richting. Je kunt bijvoorbeeld naar de advocatuur, de Belastingdienst, de adviespraktijk, het OM, de rechterlijke macht, het bedrijfsleven — er zijn talloze mogelijkheden. Het is een breed vakgebied dat volop ruimte biedt om je eigen pad te bewandelen.