Hard werken én lachen: hoge standaarden, mét warmte en plezier

Angeliqe van Streepen

Ik leerde Frits kennen in 2000, toen hij als directeur van de NOB mij aannam als manager opleidingen. In de jaren daarna groeide onze samenwerking uit tot een hechte werkrelatie waarin Frits mijn leermeester werd. Hij gaf mij veel vertrouwen—zoveel dat hij, wanneer hij vanwege zijn ziekte tijdelijk uit de roulatie was, mij de organisatie van het bureau NOB toevertrouwde.

Wat blijft je het meest bij aan zijn manier van werken of omgaan met mensen?

Zijn compromisloze gevoel voor kwaliteit. Op de inhoud—een ontbrekend punt betekende dat een brief opnieuw moest—anders dan goed was niet goed genoeg. En in de presentatie: professioneel taalgebruik, correcte aanspreekvormen (goedemorgen, goedemiddag, goedenavond) en een zakelijke uitstraling—geen spijkerbroek of gympen. Tegelijkertijd zat achter die scherpte op vorm een diepe zorg voor de organisatie en voor mensen. Ons motto werd “Hard werken én lachen”: hoge standaarden, mét warmte en plezier.
Hoewel hij veel vroeg van wie met hem samenwerkten, wist hij als geen ander hoe hij mensen moest verbinden en in de watten leggen. Het bureau van de NOB is klein (28 medewerkers), maar er zijn maar liefst 350 leden die het leuk vinden hun expertise voor de NOB in te zetten—mits zij zich kunnen richten op de inhoud, niet op randzaken, en zich gezien en gewaardeerd voelen. Dat heb ik van hem geleerd.

Welke anekdote of herinnering roept een glimlach op?

Dat zijn er een aantal. In mijn eerste week begroette ik een bestuurslid met “Goedendag”. Dat was, leerde ik van Frits, “te boers”—het hoorde “goedemorgen, goedemiddag of goedenavond” te zijn. Net als de brief die opnieuw moest omdat er één punt ontbrak: met Frits leerde ik dat details geen details zijn.

En over humor gesproken. Op 1 april riep Frits alle medewerkers bijeen voor een belangrijke mededeling: het bestuur had besloten dat de NOB zou verhuizen naar Den Haag, “omdat daar het ministerie van Financiën zit — veel efficiënter.” De boodschap werd met zijn kenmerkende ernst gebracht, waardoor menigeen die dag druk in de weer was met vragen over reistijden, werkplekken en hoe het nu verder moest. Pas later bleek dat het natuurlijk een perfecte 1‑aprilgrap was. Want iedereen wist eigenlijk meteen al: Frits zou de Muiderpoort, het clubhuis van de NOB, nooit vrijwillig verlaten. Zijn wortels, zijn mensen en zijn organisatie hoorden daar — en dat maakte de grap achteraf alleen maar treffender én typisch Frits.

Frits was ook iemand van tradities. Niet uit gewoonte, maar omdat tradities verbinden. Eén van die tradities is het docentendiner, waarin we onze docenten bedanken voor hun inzet en hen op een warme, vaak ludieke manier in het zonnetje zetten. Het diner van 16 september 2009 in Kasteel De Hooge Vuursche staat voor mij en mijn collega’s symbool voor de creativiteit, het plezier en de onverwachte wendingen die Frits aan zulke avonden wist te geven. Voor dit diner bedacht hij een bijzondere actie voor de medewerkers van de SOB: wij zouden optreden als heus gospelkoor, begeleid door een professional op de ukelele. En zoals altijd gold zijn motto: Als je iets doet, doe je het goed. Dus werden er volwaardige gospeloutfits gehuurd voor zowel de zangeressen als voor Frits zelf, werden swingende danspasjes ingestudeerd en kwamen we samen in de bestuurskamer van de Muiderpoort om te repeteren. Eerlijk is eerlijk: aanvankelijk waren we niet allemaal even enthousiast over Frits’ “geniale idee”. Maar zoals zo vaak gebeurde, werkte zijn enthousiasme aanstekelijk. De voorpret, het gegiechel tijdens de repetities, de spanning in de coulissen en — uiteindelijk — de reactie van de docenten maakten alles meer dan de moeite waard. Het werd een optreden om nooit te vergeten, precies zoals Frits het bedoeld had: samen lachen, samen iets moois maken en samen een herinnering creëren die jaren later nog een glimlach oproept.

Het is bewonderenswaardig wat hij uit het leven heeft gehaald en hoe positief hij bleef, ook wanneer het tegenzat. Zijn veerkracht, zijn humor en zijn vermogen om altijd het goede te blijven zien, zijn iets waar menigeen een voorbeeld aan kan nemen.