een dossier van de lange adem

Een btw-controle bij een autobedrijf mondde uit in een procedure die al meer dan tien jaar loopt. De zaak leidde tot een principiële uitspraak van de Hoge Raad over vergrijpboetes bij btw-fraude, maar is nog altijd niet afgerond. Volgens advocaat en fiscalist Marloes Lammers kwam tijdens de procedure steeds meer informatie boven tafel die bij eerdere beoordelingen niet beschikbaar was. “Ik hoop vooral dat er uiteindelijk een volledig en eerlijk oordeel over de zaak komt.”

Hoe kwam deze zaak op jouw pad?

Mijn cliënt is een autobedrijf dat tijdens een controle van de Belastingdienst discussie kreeg over de toepassing van het btw-nultarief. Het bedrijf werd aanvankelijk bijgestaan door een belastingadviseur. Die had publicaties gelezen die ik over dit onderwerp had geschreven en gebruikte die bij zijn advisering.

Toen de Belastingdienst de controle wilde afronden en wilde doorgaan met het vaststellen van naheffingsaanslagen, zei de cliënt tegen zijn adviseur: ‘Je baseert je nu eigenlijk op publicaties van iemand anders. Moeten we die specialist er niet zelf bij halen?’ Vervolgens ben ik bij de zaak betrokken geraakt. Dat was in maart 2018. Voor mij loopt deze zaak dus al ruim acht jaar. Tel je de periode daarvoor mee, dan speelt dit dossier voor de cliënt inmiddels al meer dan tien jaar.

Waar ging de zaak over?

De onderneming verkoopt auto’s in Nederland, maar ook aan afnemers in het buitenland. De Belastingdienst stelde zich op het standpunt dat bij een aantal transacties niet de partij die op de factuur stond, de daadwerkelijke afnemer was. Mijn cliënt bestrijdt dat. Hij zegt: ik heb onderzoek gedaan naar mijn afnemers, ik heb gecontroleerd wat ik destijds kon controleren en ik heb alles netjes vastgelegd in mijn administratie. We hebben het bovendien over de jaren 2014, 2015 en 2016. Met de kennis en mogelijkheden van toen heeft hij gedaan wat redelijkerwijs van hem mocht worden verwacht. De Belastingdienst vond echter dat er meer onderzoek had moeten plaatsvinden. Volgens de fiscus had mijn cliënt moeten weten dat achter de transacties andere partijen zaten en dat sprake was van btw-fraude. Dat leidde tot forse naheffingsaanslagen omzetbelasting en vergrijpboetes die aanvankelijk zelfs 100 procent van de nageheven belasting bedroegen.

Ik hoop vooral dat er uiteindelijk een volledig en eerlijk oordeel over de zaak komt

Welke obstakels kwam je tegen tijdens de procedure?

Het grootste obstakel was zonder twijfel het verkrijgen van alle relevante informatie. Ik heb gedurende het hele proces geworsteld met de vraag of alle stukken daadwerkelijk op tafel lagen. We gaan er in Nederland van uit dat de overheid transparant en betrouwbaar handelt. Juist daarom vond ik het lastig dat er steeds meer informatie boven water kwam waarvan ik dacht: dit hadden we al veel eerder moeten hebben. De rechter had daar ook eerder over moeten kunnen beschikken.

Om die informatie boven tafel te krijgen hebben we alles gedaan wat mogelijk was. We hebben WOO-verzoeken ingediend, dossiers vergeleken met andere zaken en voortdurend doorgevraagd. Dat was echt een kwestie van een lange adem.

Om die informatie boven tafel te krijgen hebben we alles gedaan wat mogelijk was. We hebben WOO-verzoeken ingediend, dossiers vergeleken met andere zaken en voortdurend doorgevraagd. Dat was echt een kwestie van een lange adem.

Wat was de uitspraak van de Hoge Raad?

Op 20 februari 2026 kwam de Hoge Raad met een belangrijk arrest (ECLI:NL:HR:2026:279). De Hoge Raad heeft geoordeeld dat er in deze situatie geen wettelijke basis bestaat voor het opleggen van een vergrijpboete. De Belastingdienst baseerde de weigering van het btw-nultarief op Europese jurisprudentie. De Hoge Raad zegt echter dat die jurisprudentie geen grondslag biedt voor een vergrijpboete op basis van artikel 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Dat is een principieel oordeel. De naheffingsaanslagen bleven wel in stand, maar de boetes zijn vernietigd.

Volgens Marloes is dat extra opvallend omdat de Hoge Raad in een eerdere uitspraak uit 2024 nog een andere lijn leek te volgen. “Met de argumenten die wij in deze procedure naar voren hebben gebracht, heeft de Hoge Raad nu gezegd: je kunt geen boete opleggen als daarvoor geen wettelijke basis bestaat.” Daarmee is de Hoge Raad dus omgegaan.

Wat is de impact van deze uitspraak?

“De impact is groot. Deze uitspraak raakt niet alleen deze zaak, maar ook andere btw-zaken waarin vergelijkbare boetes zijn opgelegd. Voor de Belastingdienst roept dit vragen op over lopende dossiers waarin op grond van artikel 67f AWR vergrijpboetes zijn opgelegd. Belastingplichtigen kunnen zich nu op deze uitspraak beroepen. Daarnaast speelt de vraag wat dit betekent voor het strafrecht. Als de Hoge Raad zo nadrukkelijk zegt dat een fiscale boete niet mogelijk is, dan komt automatisch de vraag op of strafrechtelijke vervolging voor dezelfde feiten wel mogelijk is. Over die kwestie zijn inmiddels prejudiciële vragen gesteld aan de strafkamer van de Hoge Raad.” De prejudiciële vragen zijn op 7 augustus 2026 door het gerechtshof Amsterdam aan de Hoge Raad voorgelegd (ECLI:NL:GHAMS:2026:2259). De verwachting is dat de Hoge Raad binnen zes maanden het antwoord verstrekt op deze vragen.

Hoe kijk je terug op het hele proces?

Het arrest van de Hoge Raad vind ik een zeer mooie en belangrijke uitspraak. Tegelijkertijd is de zaak voor mij en mijn cliënt nog niet afgerond. Voor de naheffingsaanslagen hebben we een herzieningsverzoek ingediend. Tijdens de procedure zijn namelijk documenten en memo’s naar boven gekomen die volgens ons laten zien dat het dossier onvolledig was. Daardoor moet in onze ogen ook opnieuw naar de heffing worden gekeken. Hof Arnhem-Leeuwarden behandelt dat herzieningsverzoek later dit jaar. Wat de uitkomst wordt, weet ik natuurlijk niet. Maar ik hoop uiteindelijk vooral op een volledig en eerlijk oordeel. Misschien ben ik door deze zaak wat wantrouwender geworden dan vroeger. Tegelijkertijd laat deze zaak ook zien hoe belangrijk het is om te blijven doorvragen. Soms duurt het jaren voordat alle puzzelstukjes op tafel liggen.

Marloes Lammers (1979) 

  • 1997-2001 Fiscale economie, Fontys Hogeschool 
  • 2001-2003 Fiscaal recht, Tilburg University 
  • 2006 Advocaat, sinds 2021 bij HuygenLammers Advocaten 
  • 2019 Mediator 
  • 2015-heden Docent formeel belastingrecht en belastingprocesrecht, Universiteit van Amsterdam 
  • 2022-heden Bestuurslid (secretaris) Nederlandse Vereniging van Advocaat- Belastingkundigen (NVAB) 
  • 2025-heden Bestuurslid SOFiR (penningmeeester) 

Gerelateerd