Herzien op diensten aan onroerende zaken; Is de wetswijziging aan herziening toe?
Een onderzoek naar de invoering van art. 2a lid 1 onderdeel y Wet OB in relatie tot het positieve Unierecht en het wenselijke recht’
Stijn Heersink: NOB/LOF-serie, deel 35. Deze uitgave is hier te bekijken
In de btw vormt het recht op aftrek van voorbelasting een fundamenteel onderdeel van
het Unierechtelijke btw-stelsel. Binnen het recht op aftrek van voorbelasting bestaat
de herzieningsregeling; deze regeling waarborgt dat de aanvankelijk toegepaste aftrek
in overeenstemming blijft met het daadwerkelijke gebruik van goederen en diensten.
Voor investeringsgoederen betekent dit dat de aftrek gedurende meerdere jaren wordt
gevolgd en, bij gewijzigd gebruik, dient te worden herzien. Lidstaten hebben daarbij de
mogelijkheid deze regeling uit te breiden naar diensten met vergelijkbare kenmerken
als investeringsgoederen, middels de Unierechtelijke kan-bepaling van artikel 190
Btw-richtlijn.
Met ingang van 1 januari 2026 is de Nederlandse herzieningsregeling in de btw uitgebreid
tot diensten aan onroerende zaken die deze meerjarig dienen. Deze wetswijziging is
gebaseerd op artikel 190 Btw-richtlijn.
Dit boek is een onderzoek naar de conformiteit en de wenselijkheid van de Nederlandse
uitbreiding van de herzieningsregeling. Het schetst de Unierechtelijke achtergrond
van het aftrekrecht en de herzieningsregeling, zet de inhoud van de Nederlandse
wetswijziging uiteen, toetst de Nederlandse wetswijziging aan het positieve Unierecht,
en beoordeelt haar in het licht van het rechtskarakter van de omzetbelasting en de
beginselen van neutraliteit, algemene heffi ng, doelmatigheid en rechtszekerheid. Tot slot
worden aanbevelingen gedaan voor de wijziging van de wet- en regelgeving, teneinde de
Nederlandse wetswijziging in lijn te brengen met het positieve en wenselijke recht.
Stijn Heersink (2001) studeerde van 2020 tot 2025 fi scale economie aan Tilburg University.
Sinds 2024 is hij als belastingadviseur werkzaam bij PwC te Amsterdam op het gebied
van de omzetbelasting en de overdrachtsbelasting.
