Nadere beschouwing WWR box 3
Discussiebijdrage NOB naar aanleiding van het Wetsvoorstel ‘Wet werkelijk rendement box 3’
Sinds de behandeling dit voorjaar in de Tweede Kamer over de Wet werkelijk rendement box 3 (hierna: WWR box 3) wordt een politieke en maatschappelijke discussie gevoerd over verschillende onderdelen van het wetsvoorstel. De maatschappelijke onrust heeft er inmiddels toe geleid dat de Minister van Financiën heeft aangekondigd om het wetsvoorstel, dat aan de Eerste Kamer was gezonden, te herzien. Hoewel het wetsvoorstel slechts beperkt is gewijzigd sinds de indiening bij de Tweede Kamer en de NOB in haar reactie van 27 juni 2025 daar al uitgebreid op is ingegaan, geven de recente ontwikkelingen de NOB aanleiding om (opnieuw) haar visie te geven op de meest prangende onderwerpen.
In deze bijdrage gaat de NOB daarom met name in op de volgende onderwerpen: vermogensaanwas- versus vermogenswinstbelasting, eigen gebruik 2e woningen en verliesverrekening. Daarnaast wordt ook nog een onderwerp dat is opgeworpen in een (aangenomen) motie behandeld.
In het kort
- De NOB ondersteunt invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 (WWR box 3) per 2028, ondanks benodigde aanpassingen, omdat het een rechtvaardiger en houdbaarder stelsel biedt dan de huidige regeling met keuzevrijheid tussen forfaitair en rechtsherstel.
- Het debat focust sterk op vermogensaanwasbelasting (VAB) versus vermogenswinstbelasting (VWB). Economen pleiten voor VAB vanwege economische logica en vermijden lock-in effecten. De NOB geeft de voorkeur aan VWB op basis van rechtvaardigheid, inkomensbegrip, neutraliteit en internationale vergelijking.
- Internationale vergelijking toont aan dat, voorzover bekend, geen westers land een VAB hanteert en dat invoering van een VAB in Nederland zonder internationale afstemming risico’s op dubbele belastingen en concurrentienadelen met zich meebrengt.
- De NOB vindt dat eigen gebruik van tweede woningen niet belast zou moeten worden, omdat dit geen inkomen genereert maar een consumptief gebruik betreft, in tegenstelling tot verhuur die wel inkomensgenererend is.
- Het wetsvoorstel beperkt verliesverrekening tot carry-forward. De NOB pleit voor ook een carry-back, bij voorkeur met een termijn van 3 jaar, om beter aan het inkomensbegrip te voldoen.
- De NOB waarschuwt tegen het gebruik van WOZ-waarde per 1 januari 2028 als aanvangswaarde voor woningen, vanwege afwijking ten opzichte van marktwaarde, en adviseert een tegenbewijsregeling of generieke opslag om onevenwichtigheid te voorkomen.
- De NOB stelt voor om de budgettaire impact van het wetsvoorstel opnieuw te evalueren, mede door het herberekenen van het budgettaire beslag van het rechtsherstel tot 2027, om mogelijke ruimte voor aanpassingen te vinden.
Onze volledige bijdrage kun je hieronder downloaden.
Deze reactie is tot stand gebracht door de NOB-leden Robert van der Jagt en Jan Nieuwenhuizen in samenwerking met de NOB Tax Policy Group.