Nick van den Hoek: van advocatuur naar belangenbehartiging
Na tien jaar fiscale advocatuur heeft Nick van den Hoek de overstap heeft gemaakt naar de Belangenbehartiger voor belastingplichtigen en toeslaggerechtigden bij het ministerie van Financiën. De Belangenbehartiger, Hayde Zarkeshan, helpt mensen en (kleine) ondernemers die vastlopen of in de problemen komen met hun belasting- of toeslagzaken.
Na tien jaar fiscale advocatuur maakte je de overstap naar het ministerie van Financiën. Wat was het moment of inzicht waarop je dacht: nu is het tijd voor iets nieuws?
“Dat was niet één specifiek moment. Op een gegeven moment merk je dat je leercurve vlakker wordt. Je zit ergens al een tijd en denkt: ik wil weer nieuwe dingen leren. Ik heb het bij Jaeger Advocaten altijd erg naar mijn zin gehad, veel vertrouwen gekregen en veel geleerd. Maar na tien jaar voelde het als een mooi moment om verder te kijken. Die afvlakkende leercurve en mijn nieuwsgierigheid naar iets nieuws waren daarbij doorslaggevend.”
Je gaat nu werken aan de belangenbehartiging van belastingplichtigen en toeslaggerechtigden. Wat spreekt je het meest aan in die rol en deze doelgroep?
“Wat mij vooral drijft, is een gevoel van rechtvaardigheid. Het geeft veel voldoening om mensen te helpen die in de knel zitten binnen het belasting- en toeslagensysteem. Het zijn vaak complexe situaties. Soms hebben mensen er zelf ook een aandeel in gehad, maar worden ze vervolgens wel erg hard aangepakt. Dan denk je: er mag ook ruimte zijn voor een tweede kans.
En soms zie je dat de Belastingdienst en de burger elkaar niet vinden, terwijl er mogelijk meer ruimte is in het recht dan benut wordt om tot een rechtvaardige uitkomst te komen. Het gaat om problemen waar mensen wakker van liggen. Als je daar iets in kunt betekenen geeft dat veel voldoening.
In sommige situaties komt de vraag naar de menselijke maat heel duidelijk naar voren. Iemand kan daardoor in een zeer kwetsbare situatie terechtkomen.”
Kun je een praktijkvoorbeeld geven?
“Een voorbeeld dat me bijstaat, is een casus van een vrouw die met haar twee jonge kinderen in een huis woont dat deels ook op naam van haar ex-man staat. Haar ex-man heeft belastingschulden uit huwelijkse periode. Omdat ze in gemeenschap van goederen waren getrouwd, kan de Belastingdienst die schulden verhalen op het huis. Dat kan ertoe leiden dat het huis wordt verkocht om de schulden te voldoen.
Juridisch gezien kan dat. Maar er wonen wel twee kinderen in dat huis en de vrouw is mede-eigenaar. Hoe zit het met de positie van die vrouw en de kinderen?
In dat soort situaties komt de vraag naar de menselijke maat heel duidelijk naar voren. Iemand kan daardoor in een zeer kwetsbare situatie terechtkomen.”
Wat neem je vanuit de procespraktijk mee naar deze nieuwe rol – qua kennis, maar ook qua manier van werken of kijken?
“Voor mij is vooral het burgerperspectief belangrijk. In de procespraktijk had ik veel contact met mensen die in de knel zaten: ondernemers en burgers die vaak een heel ander perspectief hebben dan de Belastingdienst.
Als je als uitvoeringsorganisatie goed wilt functioneren, moet je dat perspectief begrijpen en meenemen. Dat ontbreekt soms. Je moet niet alleen vanuit je eigen denkkader redeneren, maar je kunnen verplaatsen in de situatie van de burger.”
Hoe werkt de Belangenbehartiger in de praktijk?
“We zijn een tweedelijnsorganisatie. Dat betekent dat we de ‘helper helpen’. Dat kunnen intermediairs zijn zoals belastingadviseurs, sociaal raadslieden of schuldhulpverleners. Zij proberen eerst zelf tot een oplossing te komen met de diensten.
Als dat niet lukt, kunnen zij een casus bij ons aandragen. Wij kijken dan of er nog aanvullende mogelijkheden zijn om tot een betere oplossing te komen met de Belastingdienst of Dienst Toeslagen.
In principe komen wij pas in beeld als de reguliere routes zijn doorlopen, zoals bezwaarprocedures of andere verzoeken. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat wij het werk van de Belastingdienst overnemen. Wij opereren aanvullend, juist in situaties waarin het vastloopt en er behoefte is aan een andere blik.”
De overstap van ‘pleiten voor de cliënt’ naar werken binnen de overheid is best een verandering. Wat verwacht je dat voor jou het grootste verschil zal zijn?
“Het verschil is minder groot dan het misschien lijkt. In zekere zin behartig ik nog steeds belangen, maar vanuit een andere positie. De belangenbehartiger heeft de taak om het vertrouwen in de overheid te herstellen.
We zitten daarmee in hetzelfde grotere geheel als de Belastingdienst, met oog voor het burgerperspectief. Het verschil zit vooral in de onafhankelijkheid. Ik werk niet voor een cliënt en ben niet partijdig; ik word niet betaald om iemands standpunt te verdedigen. We signaleren dat er iets niet goed gaat en handelen vanuit die overtuiging. Dat maakt je geloofwaardiger. Juist omdat je onafhankelijk bent, kun je soms meer bereiken.”
Je werkt mee aan de opbouw van een relatief nieuwe organisatie. Wat maakt dat voor jou interessant of uitdagend?
“Wat ik leuk vind, is de afwisseling in het werk. Een deel van mijn tijd besteed ik aan casusbehandeling, met name als vaktechnische ondersteuning voor collega’s die met dossiers bezig zijn. Daarnaast is er veel ad hoc werk. Omdat het een relatief nieuwe organisatie is, zijn veel dingen nog in ontwikkeling en komen er voortdurend nieuwe vraagstukken op ons pad.
We zijn bijvoorbeeld bezig met samenwerkingsafspraken met de Belastingdienst. Ook werken we aan de zichtbaarheid van de organisatie en zijn we betrokken bij projecten die de eerstelijns ondersteuning versterken. Daarnaast neem ik met Hayde deel aan bijeenkomsten, zo waren we onlangs in de Tweede Kamer voor een rondetafelgesprek over fiscale rechtsbescherming, waar de NOB ook bij aanwezig was. Daar bespreken we bijvoorbeeld hoe de toegang tot gefinancierde rechtsbijstand in belastingzaken verbeterd kan worden.
Het is dus een combinatie van inhoudelijke casuïstiek en bredere vraagstukken rondom positionering en samenwerking. Dat maakt het werk dynamisch en interessant.”