#BegrotingsMath

Als je bij het aanklikken van deze column dacht “waar gaat deze in hemelsnaam over?”, dan hoef je je geen zorgen te maken. Ik ben zelf Millennial (geboren tussen 1981 en 1996) en de Gen Z-concepten Boy Math en Girl Math heb ik moeten opzoeken, en niet bij een bron waar ik trots op ben. Als je de twee bij elkaar brengt, heb je #BegrotingsMath (zoek je die op TikTok, dan vind je voorlopig niets).

Boy Math is de situatie waarin mannen hun eigen cijfers naar boven afronden. Je bent 1 meter 78, maar zegt toch op je datingprofiel dat je 1 meter 82 bent. Je had één glaasje Chablis op, geen drie (ja, alweer, ik weet het). Je zou een beer tegen de grond aan kunnen worstelen en zou, als het nodig is, het vliegtuig veilig kunnen landen.

Bij Girl Math is contant betalen gratis, want je ziet het niet op de bankrekening. Iets terugbrengen naar de winkel is inkomen. Een jas van €400 die je honderd keer draagt kost €4 en dus eigenlijk niets. En als je iets koopt dat is afgeprijsd van €200 naar €120, dan heb je €80 verdiend.

Boy Math rondt dus naar boven af en Girl Math rekent dus naar nul. Allebei manieren om uit te komen op het getal dat je wilt laten zien.

Maar goed, waar wil ik dan naartoe? Naar de begrotingsregels. En welk voorbeeld is daarvoor beter dan box 3?

Begin september schreef staatssecretaris Eerenberg aan de Kamer hoe het rechtsherstel in box 3 ervoor staat. De realisaties blijven fors achter bij de raming. Naar aanleiding van alle box 3-arresten vanaf het Kerstarrest is in totaal €16,6 miljard aan derving ingeboekt, voor een deel herstelbetalingen en voor een groter deel lagere opbrengst op nog op te leggen aanslagen. Van die herstelbetalingen was tot 19 augustus 2026 €969 miljoen daadwerkelijk uitgekeerd. Waar ruim 1,5 miljoen formulieren opgaaf werkelijk rendement werden verwacht, zijn er 863.600 binnengekomen. Daarbij houdt de staatssecretaris natuurlijk terecht een slag om de arm. De eindafrekening ligt ergens na 2030.

Voor het eerst trekt hij daar ook een voorzichtige conclusie uit: het totale budgettaire beslag kan mogelijk lager uitvallen dan destijds geraamd. In gewoon Nederlands: er is ruim geraamd. En daarmee zijn we bij Boy Math. Want Boy Math is niet alleen opscheppen, het heeft vaak een ander doel. Op een datingprofiel levert 1 meter 82 meer matches op dan 1 meter 78. Op een begroting levert een ruim geraamde derving in het inkomstenkader een dekkingsopgave op, en een dekkingsopgave in het inkomstenkader levert lastenverzwaringen op.

En verzwaard is er. Het Kerstarrest leidde tot een derving van €2,8 miljard over 2017 tot en met 2022 en werd in de Voorjaarsnota 2022 gedekt door, in de woorden van het kabinet zelf, “de lasten (met name in box 2 en box 3) te verhogen”. Dat werd een lijstje waar bijna iedereen op stond: de vpb-schijfgrens ging van €395.000 naar €200.000, de doelmatigheidsmarge in de gebruikelijkloonregeling zou van 25% naar 15% en werd uiteindelijk helemaal afgeschaft, het algemene overdrachtsbelastingtarief ging van 8% naar 10,4%, de algemene heffingskorting wordt sinds 2025 afgebouwd met het verzamelinkomen en de 30%-regeling werd afgetopt op de Balkenendenorm.

Daarna kwamen de juniarresten van 2024, goed voor een geschatte derving van €10,3 miljard. Voor de dekking tot en met belastingjaar 2024 is besloten die in het saldo te laten lopen, maar de kosten in 2025 en 2026 zijn volgens het kabinet “hoofdzakelijk gedekt door de voorgenomen lastenverlichting uit het Hoofdlijnenakkoord geleidelijk in te faseren”. Oftewel: die beloofde belastingverlaging krijg je later. En toen in 2025 het werkelijkrendementstelsel werd uitgesteld naar 2028, is dat weer gedekt binnen box 3 zelf, met een hoger forfait en een lager heffingsvrij vermogen. Tot de Tweede Kamer die verzwaring in december weer schrapte en de rekening bij de afgeloste huiseigenaar legde, want de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld verdwijnt nu in 2041 in plaats van in 2048.

Welke verzwaringen nu precies welke derving dekten? Dat laat zich niet zeggen. Zo zegt het ministerie: “besluitvorming aan de lastenkant gaat altijd over een heel pakket aan maatregelen. Een dekkingsmaatregel is niet altijd een op een toerekenbaar aan een derving”. Wat wel kan, is optellen. Tegenover die €16,6 miljard aan derving staat voor de periode 2022 tot en met 2027 circa €10 miljard aan aanwijsbare dekkingsmaatregelen, waarvan ongeveer €7 miljard op kapitaal en ongeveer €3 miljard op arbeid.

Wie nu denkt dat die verzwaringen worden teruggedraaid omdat de raming niet bleek te kloppen, heeft het bij het verkeerde eind. Daarvoor schakelen we over naar Girl Math.

Girl Math zit hier niet in de schuldaflossing. Girl Math zit in het woord ‘meevaller’. Geld dat je niet hebt uitgegeven is geen inkomen. Behalve op een begroting, waar niet-uitgegeven geld een meevaller heet en meevallers die niet uit nieuw beleid voortkomen volgens de begrotingsregels naar de schuldafbouw gaan. Die spijkerbroek die ik heb geretourneerd heeft mij dus inkomen opgeleverd, en van dat inkomen heb ik keurig afgelost.

En terug naar box 3 gaat het ook niet. Op 2 juli van dit jaar heeft de Tweede Kamer beide uitgangen op dezelfde middag dichtgestemd. De motie-Stultiens werd aangenomen: kabinet en coalitie hadden afgesproken dat meevallers in de realisaties niet kunnen worden ingezet voor beleidswijzigingen, en de regering wordt verzocht daaraan vast te houden en meevallers bij de hersteloperatie van box 3 “dus niet in te zetten voor nieuwe belastingkortingen bij vermogenden” (Kamerstukken II 2025/26, 32140, nr. 318). De motie-Hoogeveen, die een hogere realisatie dan de raming binnen box 3 wilde reserveren voor verbetering van het stelsel, werd verworpen (Kamerstukken II 2025/26, 32140, nr. 325). Die tweede is eigenlijk de interessantste, want daarin staat de overweging dat “deze begrotingsregels door het kabinet zelf zijn vastgesteld, geen wettelijke grondslag hebben en de Kamer in haar budgetrecht niet binden”. Precies die overweging haalde het niet.

En waar je om Boy Math en Girl Math nog kunt lachen, is deze #BegrotingsMath allerminst grappig. Een tegenvaller in een raming leidt vrijwel onmiddellijk tot een lastenverzwaring, en die verzwaring wordt structureel in het inkomstenkader. Een meevaller in diezelfde raming valt in het saldo. Wie ruim raamt, verzwaart dus de lasten.

Box 3 is hierbij niet het enige voorbeeld, maar wel het meest sprekende. Met Prinsjesdag voor de deur lijkt mij dit een uitstekend moment om die begrotingsregels eens tegen het licht te houden. Zeker nu de Kamer zich er afgelopen zomer nog aan heeft verbonden zonder dat iemand haar daartoe verplichtte.

S

Gerelateerd