Na bijna dertig jaar in de fiscale praktijk zet Ratna Kroneman een nieuwe stap. Muziek speelde altijd al een belangrijke rol in haar leven en krijgt nu meer ruimte dan ooit. In dit interview blikt zij terug op haar carrière en vertelt zij over haar keuze voor een nieuw hoofdstuk.
Kun je iets meer vertellen over je fiscale carrière? Wat trok je aan in de fiscaliteit?
“Ik ben in 1992 fiscaal recht gaan studeren aan de Universiteit van Amsterdam. De afdeling fiscaal recht was toen een heel kleine vakgroep, gevestigd in de pittoreske Oudemanhuispoort. Iedereen kende elkaar en er was een super actieve studievereniging, Porta Adriani. We organiseerden studiereizen naar onder andere New York, Curaçao en allerlei bedrijfsbezoeken. Zo rolde ik de fiscaliteit in.
Voordat ik fiscaal recht ging studeren, heb ik een vooropleiding voor het conservatorium gedaan. Ondanks dat ik was aangenomen, heb ik toen toch niet het lef gehad om daarvoor te kiezen. Het was topsport met een onzekere toekomst en dus heb ik een keuze meer met mijn hoofd dan met mijn hart gemaakt.
Muziek is nooit helemaal verdwenen. Ik ben ermee opgegroeid. Het zit in mijn DNA. Ik ben half Indonesisch en ook van die kant van de familie speelde muziek een grote rol.
Na mijn studie ben ik naar Moret Ernst & Young gegaan. Ik begon in de multinationale gemengde praktijk, waar advies en compliance volledig geïntegreerd waren. Daardoor ben ik als generalist opgeleid. Daar ben ik altijd trots op geweest. Terwijl specialisaties zoals transfer pricing, de expat-praktijk en tax accounting steeds belangrijker werden, vond ik juist het brede perspectief interessant. Ik merkte dat cliënten naast specialisten ook behoefte hadden aan adviseurs die de samenhang konden overzien. Achteraf gezien is generalist zijn bijna een specialisme op zichzelf geworden.
Na de NOB-beroepsopleiding wilde ik me verder verdiepen. Ik ben toen een van de eerste deelnemers aan het International Tax Center van Kees van Raad in Leiden geweest. Wat mij aansprak was dat deze post-doc ontzettend diep ging, maar tegelijkertijd breed bleef. Je keek niet alleen naar internationale vennootschapsbelasting en verdragen, maar ook naar indirecte belastingen, pensioenen en loonbelasting over de grens en andere crossborder vraagstukken. Eigenlijk weer dat generalisme. Het was intensief naast fulltime werken, maar ook ontzettend inspirerend.
Vervolgens kreeg ik de kans om naar de EY Tax Desk in Chicago te gaan. Ik heb daar van 2005 tot en met 2008 gewerkt. Dat was geen makkelijke tijd met het begin van de financiële crisis. Juist in het Midwesten, waar ik zat, moesten veel bedrijven gebruikmaken van de zogenaamde Chapter 11-wetgeving. Bedrijven moesten reorganiseren en een soort doorstart maken. Dat leverde voor ons veel werk op. Het was tegelijkertijd ook mooi werk om te doen, omdat je bedrijven hielp om te overleven en verder te gaan. Door financiële herstructureringen, reorganisaties en andere maatregelen probeerde je bedrijven weer toekomstbestendig te maken.
Die periode heeft mij misschien wel het meest gevormd. Niet alleen als fiscalist, maar ook persoonlijk. Een buitenlandse ervaring verrijkt je enorm. Als je ooit de kans krijgt om naar het buitenland te gaan, ook al is het maar voor korte tijd, moet je het doen.”
Hoe heeft jouw loopbaan zich na je periode in Chicago verder ontwikkeld?
“Na mijn terugkeer kwam ik weer terecht in de multinationale praktijk. Ik ben toen een aantal grote projecten gaan doen waarbij ik veel samenwerkte met andere disciplines. Veel tax accounting, maar ook herstructureringen waarbij ik samenwerkte met juristen, risk management en de business.
Daardoor ging ik steeds meer multidisciplinair werken met collega’s buiten de fiscaliteit. Gaandeweg heb ik ook de stap gemaakt naar EY’s Markets-organisatie. Daar houd je je bezig met de verbinding tussen alle disciplines binnen EY.
Vanuit die rol heb ik me ontwikkeld tot wat bij EY een Global Client Service Partner heet. Daarbij draag je de eindverantwoordelijkheid voor één klant en alle vormen van dienstverlening vanuit EY, wereldwijd.
Dat multidisciplinaire verbinden is de rode draad door mijn hele carrière geweest. Eerst tussen fiscale specialismen, daarna tussen verschillende disciplines en uiteindelijk tussen sectoren, klanten en advies-professionals. Als ik terugkijk, is dat misschien ook wel waar ik het meest trots op ben.”
Wanneer merkte je dat je behoefte had aan een andere invulling van je loopbaan, en waarom werd het uiteindelijk de culturele sector?
“Toen ik studeerde heb ik veel in bandjes gespeeld. Toen ik eenmaal ging werken, is dat naar de achtergrond geraakt. Ik heb zeker tien jaar geen noot meer gespeeld.
Je bent dan zo gefocust op je werk en later ook op je gezin. Toen beide kinderen waren geboren, dacht ik: ik wil toch weer iets wat helemaal voor mezelf is. Ik ben toen voorzichtig begonnen met muzieklessen. Daar had ik eigenlijk meteen een gelukstreffer te pakken. Ik kwam terecht bij een fantastische topmusicus die ook doceert aan de afdeling Oude Muziek van het conservatorium in Den Haag.
Stapje voor stapje ben ik me gaan specialiseren in barokmuziek. Later kwam er een plek vrij in een barokorkest in Amsterdam en inmiddels speel ik daar alweer heel wat jaren. Ik speel barokgitaar en luit en daarnaast Indonesische gamelan. Dat zijn niches in de muziek.
Je zou mijn overstap eigenlijk kunnen zien als een uit de hand gelopen hobby. Ik ben steeds meer gaan musiceren en dacht op een gegeven moment: hoe leuk is het om op een goed moment in je loopbaan toch nog een andere kant op te gaan? Ik ben jong in de 50. Als ik nog een switch naar de muziek wilde maken, dan moest het nu gebeuren.
Wat mij inspireert, is musiceren met jongere generaties. Aan het conservatorium ben ik gestart in een pedagogisch programma. Studenten leren daar lesgeven en dirigeren en hebben daarvoor ervaren musici nodig om mee te werken. Ik ben nu bezig met een instrument in mijn handen in plaats van een laptop.
Ook kwamen er steeds meer muziekprojecten voorbij waarvoor ik werd gevraagd. Toen ik nog bij EY werkte, moest ik vaak nee zeggen. Op een gegeven moment dacht ik: ik wil eigenlijk heel graag ja kunnen zeggen. Nu komt bijvoorbeeld de Cello Biënnale eraan in november. Het thema is Shifting Borders. Dat gaat over het combineren van muziek uit verschillende continenten. Dat sluit perfect aan bij mijn passie. Er komen Aziatische topsolisten die zich willen laten begeleiden door een gamelanorkest en premières gaan spelen van veelbelovende jonge componisten. Op dat moment dacht ik: dit wil ik zo graag doen. Al die dingen kwamen bij elkaar. Toen dacht ik: dit is het moment.”
De overstap van belastingadvies naar muziekeducatie is niet vanzelfsprekend. Hoe reageerden mensen in je omgeving op die keuze, en hoe kijk je er zelf op terug?
“De meeste reacties waren: wat verrassend! Als professionals uit de fiscaliteit stappen, kiezen ze vaak iets wat nog in dezelfde richting ligt. Bij mij komt het voort uit het invullen van een oude droom. Omdat ik toen het lef niet had en inmiddels een carrière achter de rug heb, durf ik het nu wel.
Aan de andere kant: als ik het toen had gedaan, had ik natuurlijk niet de ervaring opgedaan die ik nu heb en was mijn leven anders verlopen. Ik begrijp ook hoe moeilijk de muziekwereld is. Het is pittig om daarin erkend te worden en je staande te houden.
Wat me opvalt bij de jonge generatie musici en componisten, is hun enorme drive, perfectionisme en discipline. Dat is deels wel herkenbaar vanuit de fiscaliteit. De toewijding waarmee zij met hun vak bezig zijn is fascinerend, het is pure topsport.”
Screenshot
Wat hoop je met deze stap te bereiken, en waar kijk je het meest naar uit in de komende jaren?
“Het voelt voor mij alsof er een periode is aangebroken waarin ik iets wil teruggeven, in plaats van alleen maar bezig te zijn met mijn eigen ontwikkeling. Bij EY ben je decennia bezig met kwaliteit, groei en ontwikkeling. Natuurlijk in teamverband, maar ook erg gericht op individuele ontwikkeling. Ik voel nu de behoefte om te kijken hoe ik de ervaring die ik heb opgedaan kan inzetten in de muziekwereld.
Dat multidisciplinaire werken bijvoorbeeld is iets wat ik bijna één op één meeneem. Ik denk ook dat er kruisbestuiving is tussen die verschillende werelden. Veel musici zijn zzp’er. Die krijgen ook te maken met vragen over ondernemerschap, financiën en het opbouwen van een eigen praktijk. Daar kan ik vanuit mijn achtergrond helpen met bewustwording.
Maar het gaat vooral over muzikaal samenwerken. Als je naar een orkest kijkt, zie je allemaal specialisten die erg gefocust zijn op hun eigen partij. Dat geldt vrijwel voor ieder instrument. Omdat ik een harmonisch instrument bespeel, kijk ik niet alleen naar mijn eigen notenbalk, maar moet ik luisteren naar hoe alles samenkomt. Mijn anker is de volledige orkestpartituur, waarin je horizontaal en verticaal tegelijk leest, net zoals de dirigent. Dat vond ik bij EY ook altijd interessant: de verbinding tussen specialisten. Specialisten zijn vaak zo goed omdat ze zich volledig op hun eigen vakgebied richten. Maar uiteindelijk moet alles wel bij elkaar komen. In de muziek werkt dat net zo. Ook daar heb je mensen nodig die het geheel horen en verbinding leggen.
Dat multidisciplinaire werken heb ik altijd leuk gevonden. Pas later realiseerde ik me dat die rol ook terugkomt in de muziek die ik speel. Bij de Indonesische gamelan zie je dat misschien nog wel sterker. Dat is een instrumentarium waarbij samenwerking centraal staat. Mensen van verschillende niveaus kunnen meedoen en samen muziek maken.