Wessel den Ouden: van student naar aspirant-lid van de NOB
Wessel den Ouden is sinds april 2026 aspirant-lid van de NOB. In de rubriek Transfer vertelt hij over de stap van student en stagiair naar belastingadviseur bij Dentons en deelt hij zijn eerste ervaringen als aspirant-lid van de NOB.
Kun je jezelf voorstellen? Wie ben je en wat doe je bij Dentons?
“Ik ben Wessel den Ouden, 24 jaar. In oktober 2025 ben ik afgestudeerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, met onder meer een master fiscale economie. Aan het eind van mijn studie was ik op zoek naar een plek waar ik zou willen werken. Tijdens mijn studententijd had ik nog niet zoveel werkervaring opgedaan. Ik was daarom eerst op zoek naar een plek waar ik stage kon lopen.
Tijdens verschillende in-housedagen en het LOF-congres ben ik in contact gekomen met Dentons. In oktober heb ik daar gesolliciteerd voor een stage. Vervolgens heb ik in november en december stage gelopen op de afdeling Directe Belastingen van Dentons. Dat beviel zo goed dat ik in december en januari gesprekken ben gaan voeren. Per 1 maart ben ik daar gestart.”
Hoe heb je die overstap ervaren? Is er veel verschil tussen stage lopen en nu als fulltime belastingadviseur werken?
“Je merkt als stagiair dat je nooit een compleet beeld hebt van het project waar je precies aan werkt. Je werkt vaak aan subvragen of doet brononderzoek voor cliënten omtrent belastingadviesstukken, maar je hebt nooit echt het complete overzicht van waar je mee bezig bent.
Sinds ik junior belastingadviseur ben geworden, werk ik meer op vaste dossiers en voor vaste cliënten. Je hebt daardoor een veel beter beeld van wat je aan het doen bent en je bent niet meer alleen één subvraag van het grotere geheel aan het beantwoorden.”
Je studeerde fiscale economie. Waarom deze studie?
“Fiscale economie is één van de vier masteropleidingen die ik heb gevolgd aan de Erasmus Universiteit, samen met ondernemingsrecht, publiekrecht en financial economics. Ik ben eigenlijk helemaal niet als fiscalist begonnen. Ik startte met de dubbelstudie economie en rechten. In het eerste jaar kwam ik via rechten in aanraking met fiscaal recht en in het tweede jaar via economie met fiscale economie. Ik kwam er toen achter dat recht en economie binnen de fiscaliteit heel mooi samenkomen. Ik dacht: dit is iets voor mij. Daarom ben ik fiscale economie erbij gaan doen.”
Wat vond je zo leuk aan die studie?
“Bij rechten vond ik het juridische aspect altijd interessant: aan de slag met wet- en regelgeving en jurisprudentie. Aan economie vond ik juist leuk dat je veel met cijfers werkt, onder andere bij accounting en finance. Bij fiscaliteit in brede zin, en vooral bij fiscale economie, ben je met beide onderwerpen heel intensief bezig. Als je bijvoorbeeld bezig bent met een belastingaangifte, kijk je enerzijds hoe het rekenkundig in elkaar zit en met de verschillende commerciële en fiscale posten die erbij komen kijken. Aan de andere kant richt je je juridisch op de vraag welke wetsartikelen daaraan ten grondslag liggen en hoe dit vervolgens uitwerkt. Die mix maakte het voor mij zo leuk.”
Wat heeft je tot nu toe het meest verrast aan het werk in de praktijk?
“Wat me het meest heeft verrast, is hoe het er in de praktijk aan toegaat. Op de universiteit is alles heel theoretisch ingesteld. Ik ben dat ook.
Ik weet nog dat ik voor de eerste keer een memo moest schrijven voor een cliënt. Ik had dat eigenlijk geschreven zoals een scriptie: heel uitgebreid, met overal de juridische grondslag, parlementaire geschiedenis en jurisprudentie. Een heel verhaal, met uiteindelijk een goede conclusie over wat dat in de praktijk betekende. Mijn collega zei toen: inhoudelijk gezien een goed geschreven memo. Alleen voor de cliënt is het voldoende als je alleen de inleiding en de conclusie opstuurt. Zo’n cliënt is veel minder geïnteresseerd in het feit dat er ooit een wet is aangenomen of dat er ooit een uitspraak van de rechtbank of de Hoge Raad is geweest. Die cliënt wil gewoon weten: wat zijn mijn verplichtingen, moet ik belasting betalen, ja of nee, en wat heeft dit verder voor impact op mij en mijn bedrijf?
Ik merkte dat ik daar vooral in de eerste paar maanden heel erg aan moest wennen. Je leert op de universiteit natuurlijk om iedere stap goed te onderbouwen. In de praktijk en intern is dit ook van belang, maar richting de cliënt draait het veel meer om wat deze praktisch met het advies kan.
Daarnaast kom je in de praktijk ook zaken tegen die je tijdens je studie niet of nauwelijks ziet. Tijdens een eerder werkstudentschap bij PwC had ik bijvoorbeeld al op de aangiftepraktijk gezeten en veel aangiften ingevuld. Daardoor wist ik wel hoe dat in de basis werkte. Vervolgens werk ik bij Dentons weer met andere programma’s en systemen. Dat zijn dingen die je echt in de praktijk moet ontdekken. Een ander voorbeeld is toen ik een aantal Share Purchase Agreements (SPA’s) ging doornemen en kijken naar de belastingbepalingen daarin. Je hebt vanuit je studie wel een idee van hoe zoiets in elkaar zit, maar een volledige SPA had ik zelf nog niet eerder gezien. Dat zijn dingen die je niet op de universiteit leert, maar pas in de praktijk tegenkomt.”
Dus in de praktijk blijkt er uiteindelijk nog veel meer bij te komen kijken?
“Ja, er zit veel meer aan vast. Ik heb gemerkt dat geen dag hetzelfde is. Soms krijg je ineens een mailtje van een cliënt die wil dat er iets binnen een paar dagen of zelfs dezelfde dag gebeurt. Dan ga je daarmee aan de slag. Dat maakt het werk juist leuk en uitdagend.
Daarnaast veranderen er voortdurend zaken. Er verschijnen jaarlijks nieuwe wetsvoorstellen, besluiten en jurisprudentie. Laatst kwam er vanuit de Europese Unie een omnibuspakket met allerlei nieuwe voorstellen die er mogelijk aan gaan komen. Dat soort ontwikkelingen zorgen ervoor dat je je kennis blijft verbreden en dat het vak in ontwikkeling blijft.”
Je bent sinds kort aspirant-lid van de NOB en volgt nu ook de beroepsopleiding. Wat zijn je eerste indrukken?
“Ik heb de algemene introductiedag gehad en ik vond het erg leuk om daar naartoe te gaan. Je leert natuurlijk de NOB kennen. Zo was er bijvoorbeeld een debatwedstrijd waarbij je met elkaar in discussie gaat. Het leuke daaraan vind ik dat je een goed beeld krijgt van hoe je mede-aspirant-leden tegen bepaalde vraagstukken aankijken, hoe het er bij hen op kantoor aan toegaat en hoe zij terechtgekomen zijn op de plek waar ze nu zitten.
Ik ben dit jaar ook bij het NOB-congres geweest. Ik zei onlangs voor de grap nog tegen iemand: als je op het NOB-congres bent, is het toch wel een beetje een groep vakidioten bij elkaar. Allemaal mensen die heel gepassioneerd zijn over belastingen. Mijn moeder zou me waarschijnlijk voor gek verklaren dat ik zoiets leuk vind, maar daar sta je dan toch met z’n allen en dan merk je dat de passie voor het vak naar boven komt. Dat merkte ik ook tijdens de introductiedag. Iedereen had er echt zin in.”
Hoe hoop je jezelf de komende jaren verder te ontwikkelen?
“Voor de beroepsopleiding heb ik gekozen voor het internationale traject. Dat sluit het beste aan bij de cliënten die wij hier op kantoor hebben. Daarnaast denk ik dat daar ook veel interessante ontwikkelingen zitten. Ik vind heel veel soorten belastingen en onderwerpen leuk. Daarom wil ik mezelf binnen de directe belastingen breed ontwikkelen. Tegelijkertijd zie je dat je, als je de koppeling maakt met internationaal belastingrecht, ook veel kennis nodig hebt van nationale stelsels. Dat vind ik juist een mooie combinatie.”
Wat zou je studenten of starters die een carrière in de fiscale praktijk overwegen willen meegeven?
“Ga vooral op zo veel mogelijk plekken kijken. Ga naar in-housedagen, loop stage en doe werkstudentschappen. Er zijn zo veel plekken waar je terecht kunt en zo veel verschillende werkzaamheden binnen de fiscaliteit, dat het lastig is om dat allemaal te overzien als je nog studeert. Toen ik zelf naar in-housedagen ging, dacht ik vooral dat ik daar zou ontdekken wat ik wel en niet leuk vond, zodat ik dingen kon wegstrepen. Maar uiteindelijk kwam ik erachter dat er juist heel veel werkzaamheden zijn waarvan je vooraf helemaal geen goed beeld hebt. De fiscaliteit is veel breder dan je in eerste instantie denkt.
Daarnaast is het belangrijk dat een kantoor goed bij je past als persoon. Je bent niet alleen bezig met cliënten, maar brengt ook veel tijd door met collega’s. Daarom is het belangrijk dat je een plek vindt waar je je prettig voelt en waar de cultuur bij je past.”